Advocaat met gedragsprobleem: ‘Iedere vorm van fatsoen ontbreekt’

‘Provocerend, onwelwillend, gebiedend en wantrouwend’: zo gedraagt een advocaat in het ressort Rotterdam zich al lange tijd tegen dekens, collega-advocaten en officieren van justitie. Voor de huidige Rotterdamse deken was de maat onlangs vol: die sleepte de advocaat voor de Raad van Discipline. De voorgestelde bijzondere voorwaarde: begeleiding door een coach in de persoon van een voormalige deken. Voor 200 euro per uur.

In de communicatie tussen deze advocaat en collega’s, het OM, de Raad van de Orde en (waarnemend) dekens ‘ontbreekt iedere vorm van fatsoen’, aldus de deken in zijn dekenbezwaar. In de lijvige tussentijdse beslissing van de Haagse Raad van Discipline van 8 mei wemelt het van de voorbeelden.

Over een andere advocaat in een brief aan de deken: ‘[Mr. D.] gedraagt zich onvolwassen door zich te bedienen van aannames en evident onjuiste standpunten. Sterker, zelfs de strafrechtelijke terminologie wordt door hem onjuist gehanteerd.’ Over het Haagse OM in een andere correspondentie: ‘Het Haagse OM is simpelweg niet in staat om op adequate wijze zelfs de kleinste strafzaken af te handelen. […] Kortom het Haagse OM is een administratieve ‘janboel’.  ik verzoek u dan ook zich te gedragen en gedegen onderzoek naar deze klacht te doen.” En dan is er nog een conflict met de waarnemend deken, die zou hebben geweigerd de advocaat de hand te schudden en hem gebood te gaan zitten ‘als ware ik een puppy’. Misplaatst hautain gedrag van deze waarnemend deken, aldus de advocaat.

In de beoordeling onderstreept de Raad van Discipline dat de in dit geval talloze malen geschonden gedragsregel 17 dient voor ‘het in stand houden van een onderlinge verhouding van welwillendheid en vertrouwen tussen advocaten’. Dit verdient bescherming ter ‘bevordering van een goede beroepsuitoefening’, en gedragingen die hieraan afdoen, betamen de behoorlijke advocaat niet.

En ja, stelselmatig het functioneren, de capaciteiten en de integriteit van de deken in twijfel trekken, valt onder zulke gedragingen. ‘De raad is van oordeel dat verweerder met zijn uitlatingen als bijvoorbeeld ‘ik verzoek u dan ook zich te gedragen’ en ‘het is voor mij onvoorstelbaar wat een bord u voor uw hoofd heeft’ de grenzen van het betamelijke ruimschoots heeft overschreden.’

Verder noemt de raad het voortdurende dreigen met tuchtklachten van de advocaat ‘disproportioneel en onnodig provocerend’, en is hij niet professioneel en ‘onnodig laatdunkend’ in zijn correspondentie met officieren van justitie. ‘Verweerders toonzetting is insinuerend, gebiedend, niet-zakelijk en te grof. Zijn wijze van uitdrukken tijdens de zitting van 10 april 2017 heeft dit bevestigd.’

Het dekenbezwaar is zodoende gegrond, maar de Raad van Discipline gaat in deze uitspraak nog niet meteen over tot oplegging van een maatregel. Er is goede hoop dat het gedrag van verweerder positief kan veranderen, wat in het belang van alle betrokken partijen is. ‘De raad gaat ervan uit dat verweerder in staat is om te leren zich te gedragen met het vereiste respect en de vereiste eerbied […] alsmede dat verweerder een professionele attitude kan tonen.’

Daar heeft de advocaat duidelijk hulp bij nodig, al is het maar omdat hij de ernst van zijn gedrag niet inziet. De raad is daarom van plan een voorwaardelijke schorsing op te leggen, met als bijzondere voorwaarde gedurende een proeftijd van twee jaar lang begeleiding door een coach. En deze coach wordt… een voormalig deken uit een ander arrondissement, tegen een uurtarief van 200 euro (tot maximaal 7.500 euro).

De tuchtrechter houdt de definitieve beslissing nog aan: zowel verweerder als de deken krijgen tot uiterlijk 22 mei de tijd om te laten weten wat zij van deze maatregel vinden.

Klik hier voor de tussenbeslissing

 

    | Mail de redactie | Print