Streefgewicht van een advocatenkantoor

Groei betekent niet automatisch meer winst per advocaat, zo blijkt uit een recent verschenen onderzoek van The American Lawyers' AM Law 100. Hoogleraar management Frank Kwakman beschouwt 'zestig man' als 'de ideale omvang' van een advocatenkantoor.

Verdriedubbeld
Bij Amerikaanse topkantoren vertraagt de inzet van extra advocaten de inkomstengroei, meldt The American Lawyer. Groeien is gemakkelijk; winstgevend groeien lijkt problematisch.
Het blad publiceerde in 1986 de eerste lijst van Amerikaanse topkantoren, de AM Law 100. Sindsdien is het aantal advocaten in die lijst verdriedubbeld. In 1986 telde de AM Law 100 25.994 advocaten; in 2005 was dat aantal gestegen tot 70.161. Een gemiddeld Am Law 100 kantoor telt maar liefst 702 raadsmannen. Maar die toename leidt niet tot stijgende winsten per partner. Integendeel: extra mankracht vormt bij Amerikaanse topkantoren een rem op de inkomstengroei per advocaat, hoewel de algehele inkomsten wel een stijgende lijn vertonen. De inkomstengroei loopt dus achter bij het aantal advocaten. Bestuursvoorzitter van De Brauw Blackstone Westbroek Mark Biesheuvel is niet verbaasd over de uitkomsten van het onderzoek, maar nuanceert ze wel. "Als kantoren te groot worden, wordt de extra mankracht minder rendabel. Die stelling is op zich juist, maar niet te koppelen aan een bepaald aantal juristen. Het hangt volledig af van de missie en de positionering van het kantoor, en de markt waarin het zich wil begeven. Als de doelstelling gespecialiseerde dienstverlening in een kleine markt is, zijn extra mensen al bij een veel kleiner aantal minder rendabel. En omgekeerd kan in een andere markt een veel groter aantal nog steeds waarde toevoegen."

Ideale omvang
Frank Kwakman, hoogleraar management aan Universiteit Neyenrode en adviseur bij de Holland Consulting Group, noemde onlangs in het Financieele Dagblad 'zestig man' als 'ideale omvang' voor een advocatenkantoor. Niet omdat de inkomsten per advocaat er bij een grotere omvang op achteruitgaan, maar omdat grote dienstverleners geen synergie zouden kunnen realiseren tussen hun losse praktijkgroepen. "Daarom denken grote accountants, advocaten en consultants na over de ideale schaal. Hun kantoor moet wel leuk zijn om te werken, dus klein, maar het moet ook groot genoeg zijn om de belangrijke opdrachten aan te kunnen." Een groeiend aantal kleine kantoren fuseert tot firma's van ten minste dertig medewerkers. Tegelijkertijd breken bij de grote kantoren praktijkgroepen los met een vergelijkbare omvang. "Heel veel kantoren komen uit op een ideale omvang van zo'n zestig man. Groter moet je niet willen worden, kleiner ook niet." Woordvoerder Margaret van Kempen van NautaDutilh is het in grote lijnen met Kwakman eens, verklaart ze tegenover Advocatie.nl. "Wij ervaren zestig tot zeventig partners in Nederland - dus afgezien van partners in andere landen - als redelijk ideaal. Dat is een werkbaar aantal, ook vanuit economisch perspectief. De synergie, de 'workability' waar de heer Kwakman het over heeft, is daarin inderdaad heel belangrijk." Van Kempen vermeldt daarbij dat het ideale totale aantal advocaten hoger kan liggen. Biesheuvel is het op dit punt oneens met Kwakman. "Dat dit onjuist is, wordt onder meer bewezen door een aantal Nederlandse kantoren die veel groter zijn. Neem een kantoor als De Brauw. Met ruim driehonderd juristen zijn wij in staat bij grote transacties snel een multidisciplinair team van bijvoorbeeld twintig man op te zetten, zonder dat dat de kantoorpraktijk ontregelt. Een groter kantoor vraag natuurlijk wel om meer en explicietere aandacht om de synergie te realiseren en een sterke cultuur te houden."

Opkomst middelgroot kantoor
Advocatenkantoren denken volgens Kwakman dat ze moeten groeien, om niet in een neerwaardse spiraal te komen. Alleen topkantoren ontsnappen aan dit 'strategische kuddegedrag:' zij krimpen al twee jaar achtereen. De top concentreert zich op de sector waarvoor de hoogste tarieven worden betaald. Alleen dan kunnen ze hun topadvocaten vasthouden, en alleen topadvocaten krijgen de meest winstgevende zaken. Klanten en rechtsgebieden die niet genoeg geld opleveren, stoten ze af - tot vreugde van de kleinere kantoren, die lagere tarieven rekenen. Zij maken graag gebruik van hun afdankertjes. Gevolg: kleinere kantoren worden groter, waardoor ze met een beetje geluk aantrekkelijker worden voor ondernemingen. Kwakman beschouwt de opkomst van het middelgrote kantoor dan ook als een trend in de advocatuur. Biesheuvel vindt Kwakmans' stelling onvoldoende genuanceerd. "Deze uitspraken gaan te eenzijdig over synergie en financiën. Om topadvocaten te behouden, is een combinatie nodig van interessante en uitdagende zaken; sfeer, cohesie en inkomen. Als je dagelijks een optimale creatieve inspanning moet leveren, is een goede combinatie van deze elementen cruciaal. Kleinere kantoren hoeven niet te groeien, mits ze keuzes maken. Ook hier is doorslaggevend welke plaats ze in de markt willen innemen."

    | Mail de redactie | Print