Column: cocaïneadvocaat

Lucien Wopereis

In het voorjaar van 2013 ontmoette ik bij Jan Tabak in Bussum voormalig advocate A. Enige tijd daarvoor had ze de redactie van Advocatie een e-mail gestuurd met daarin allerlei zware aantijgingen aan het adres van een aantal advocaten: die zouden via hun derdengeldenrekening Braziliaans drugsgeld witwassen, en zich laten betalen in cocaïne.

Door Lucien Wopereis

Het was natuurlijk een wild verhaal, maar het kreeg enige credibility omdat de voormalige advocate schreef dat ze aangifte had gedaan bij de politie, en de misstanden ook had gemeld bij de Financial Intelligence Unit (FIU). Ook stelde ze in het schrijven dat ze werd gesouffleerd door een voormalige hoofdofficier van Justitie. Voldoende om haar eens aan te horen, besloot ik.

In Jan Tabak schoof ze aan met haar man. Aardige vrouw, zo op het eerste gezicht. Wat volgde was een uitvoerig, soms moeilijk te volgen relaas waarbij zo ongeveer alles en iedereen van vergaande corruptie werd beticht. Dekens, politie, gevangenispersoneel, haar voormalige werkgever advocaat B. waar ze met een conflict was vertrokken: ze spanden allemaal samen om de drugs- en witwaspraktijken verborgen te houden. Een deken zou haar zelfs telefonisch gemaand hebben om ‘haar smoel te houden, anders zouden vele advocaten problemen krijgen’.

Ook vertelde ze dat ze de hele zaak al eens had doorgevlooid met een journalist van de Volkskrant, maar dat daar geen publicatie uit was voortgevloeid. Slappe knieën, bang gemaakt, luidde haar oordeel.

Ik betaalde de koffie, en zei haar dat ik zou nadenken over een en ander.

De journalist van de Volkskrant kon zich de advocate goed herinneren: ‘Ach ja, advocate A. Daar ben ik inderdaad mee bezig geweest, maar ik heb geen verhaal hard kunnen krijgen. Daarmee is niet gezegd dat ze het allemaal uit de duim heeft gezogen. Als je het gaat uitpluizen: veel succes.’

Het is er niet van gekomen. Te druk om het echt goed uit te zoeken en sterke twijfels over het waarheidsgehalte. Maar het bleef wel knagen. Wat nou als het toch waar was, misschien ten dele?

“Feiten”
Deze week zocht ik mij een weg door de nieuwe tuchtrechtuitspraken, en daar was ze weer. Onmiskenbaar. Haar voormalige werkgever advocaat B. zou drank en drugs gebruiken onder werktijd, haar hebben gedwongen in rechte te liegen, post- en e-mailverkeer hebben gemanipuleerd en zich onnodig grievend hebben uitgelaten over de geestesgesteldheid van cliënten. Het Braziliaanse witwasverhaal kwam in de klacht overigens niet terug.

De voorzitter van de raad van discipline kan er niets mee, schrijft hij in zijn beslissing van 31 juli jongstleden. ‘De “feiten” waarop de verschillende klachtonderdelen berusten zijn door verweerder gemotiveerd weersproken en staan niet vast,’ aldus de voorzitter.

Hij stelt bovendien vast dat de voormalige advocate tot tweemaal toe in de gelegenheid is gesteld om de beweringen nader te onderbouwen en te substantiëren, maar dat ze dat niet heeft gedaan. ‘Deze laatste vaststelling is in deze zaak van bijzonder belang omdat uit het verweer van verweerder dat door hem van toelichtende feiten is voorzien blijkt, of althans zou kunnen blijken, dat klaagster, boos over de gang van zaken rondom het conflict dat in juli 2012 tussen haar en verweerder ontstond, links en rechts heeft aangegeven dat verweerder het druk zou krijgen met haar en de kwestie.’

A. vertelde mij destijds bij Jan Tabak gemakshalve ook niet over een eerder kort geding over de onenigheid tussen de advocate en haar voormalige werkgever. Bij die gelegenheid werd de advocate verplicht om ‘allerlei ongunstige uitlatingen over verweerder te rectificeren,’ aldus de voorzitter.

De moraal van dit verhaal? Deze keer maar eens een journalistieke: dat je heel goed op je tellen moet passen als je iets zou willen publiceren over een conflict tussen twee advocaten.


    | Mail de redactie | Print