Column: het O-woord

Hoe vergaat het vrouwen ‘van een zekere leeftijd’ bij de commerciële kantoren? Cijfers zijn er vast niet, maar je hoort wel eens wat. En wat je hoort is niet leuk. Dat ze vaak over het hoofd worden gezien. Dat ze worden weggedrukt. Dat ze vaker vertrekken dan mannen van dezelfde leeftijd, vanwege het gedrang, de concurrentie, het wegpesten soms zelfs.

Door Trudeke Sillevis Smitt

Ik stel mij zo voor dat het voor 50-plussers van beide seksen bij de grote kantoren niet altijd een feest is. Je weet hoe de hazen lopen, maar heb je nog zin om elk rondje mee te hollen? Misschien zoek je verdieping die op geen enkele etage te vinden is. Misschien ben je het strijden een keer moe. 

In een competitieve omgeving is het gevaarlijk om te verslappen. In het verleden behaalde omzetten bieden geen garantie voor de toekomst. En er is vast wel ergens een jonge, ambitieuze collega die zijn oog op jouw positie heeft laten vallen, of je nu man bent of vrouw.  

Een kenner van de juridische arbeidsmarkt vertelde me dat opvallend veel vrouwen hun kantoor na een mooie carrière voortijdig (nood)gedwongen verlaten, en daarbij viel het ‘O’-woord. 

Volgens schrijfster Elma Drayer is de overgang het ‘meest besproken taboe’, maar ik vermoed dat commerciële advocaten het woord pas durven gebruiken in de kamer van de psycholoog die wordt ingeschakeld als het bijna niet meer gaat.

Laten we niet overdrijven. Er zitten sterke vrouwen op goede plekken die het lang volhouden, en zo te zien met plezier. Maar er is ook een groep die zich slecht voelt, maar zich wel tien keer bedenkt om dat te laten merken. Die langzaamaan afgezonderd raakt, en uiteindelijk met stille trom vertrekt. 

Voor de betrokkenen zelf kan dat het begin zijn van iets moois – de overgang naar een nieuw leven, naar een wereld waar wel volop waardering is voor hun kennis en ervaring, of waarin ze kanten van hun persoonlijkheid kunnen ontwikkelen die tot dan toe op de achtergrond waren gebleven. Maar voor de kantoren is het vooral een verlies.

Vrouwen op leeftijd, het zijn er al niet veel in de advocatuur. Als je diversiteit wilt, mogen zij niet ontbreken. Ze hebben veel te bieden. Die kennis en ervaring natuurlijk. Maar ze zijn ook een rolmodel voor jongere vrouwen. En ouderen hebben in het algemeen meer empathie, relativeringsvermogen, rust. Daarmee bieden ze een gezond tegenwicht aan de hardst rennende hazen. 

Misschien heeft een deel van de vrouwen eind veertig, begin vijftig een dip als gevolg van hormonale perikelen. Handig als de werkomgeving weet wat dat betekent – bij bijvoorbeeld rechtbanken en thuiszorgorganisaties worden er cursussen over gegeven. Geef die vrouwen ruimte om het tijdelijk rustiger aan te doen, of om hun nieuwe zelf te ontwikkelen – andere taken binnen kantoor, nevenactiviteiten, opleidingen, coaching. Het betaalt zich later ruim terug.

Nee, misschien niet altijd in de vorm van de hoogste omzetten. Maar kantoren die alleen nog daarop sturen, hebben sowieso hun beste tijd gehad. Ik ken aardig wat jonge juristen met ambitie en het ideale CV die er niet aan moeten denken om bij een groot kantoor te werken. Keihard werken voor het grote geld, dat is zo’n beetje hun beeld, en dat is niet iets waar de aankomende generatie hard op loopt. 

Ouderen, en zeker oudere vrouwen, kunnen dat beeld verzachten. Het zijn niet alleen maar alfamannetjes! Zo strijken die vrouwen met hun rimpels het al te harde, hoekige imago van de Zuidas een beetje glad.

 

    | Mail de redactie | Print