Column: Terugkeer naar de Zuidas

Onlangs was ik op de alumniborrel van het Zuidas-kantoor waar ik ooit heb gewerkt. Jarenlang was ik niet gegaan. Op de een of andere manier voelde ik me niet echt welkom, ook al ontving ik de uitnodiging steeds opnieuw. Gek hè? Maar dat was dit jaar ineens anders. Bovendien had ik een nieuw boek te promoten. Dus ik ging.

Door Fleur Brockhus, schrijver van o.a. De urenfabriek en Mest voor de werkvloer

Met knikkende knieën stond ik voor de deur van het fancy nieuwe kantoorgebouw. Ik had hier zelf nooit gewerkt, het kantoor was inmiddels verhuisd. Niet naar binnen gaan was ook een optie, vertelde ik mezelf. Maar ik voelde dat ik er klaar voor was. En nieuwsgierig. Weggaan kon altijd nog.

Voor de deur kwam ik al meteen een ex-collega tegen, de vrouw van een aardige man die daar tegenwoordig partner is. We raakten leuk in gesprek en gingen samen naar binnen. Daar zag ik meer mensen van mijn lichting. Bijna allemaal werkten zij elders. En de enge partners waar ik tegenop had gezien, bleken eigenlijk de mensen te zijn waar ik ooit mee begonnen was als stagiaire. Zij stonden nu aan het roer. Ik zag nog de vrijdagmiddagborrel taferelen voor me en dat zette de boel meteen in perspectief. Ach, we zijn allemaal maar mensen. Zelfs in maat- en mantelpak.

Deze terugkeer naar het ‘hol van de leeuw’ beschrijft niemand mooier dan mijn dierbare vriendin Carolijn Braeken in haar pas verschenen boek Motherhood. Zij is ooit met een burn-out vertrokken bij hetzelfde advocatenkantoor. Net als ik is zij schrijfster geworden. En een toegewijde moeder. Bijna poëtisch schrijft zij over alles wat komt kijken bij het moederschap. De gevoelens, de emoties en hoe we erdoor veranderen als vrouw. Ook de spagaat tussen werk en gezin komt voorbij. 

In haar geval verandert zij van het onzekere meisje met hartkloppingen dat ze was op de Zuidas in een sterke vrouw die weet waar haar prioriteiten liggen. En die haar hart durft te volgen. Op een dag keert zij met haar dochtertje stevig in de draagzak terug naar de Zuidas. De plek waar zij zich zo diep ongelukkig heeft gevoeld. Zij kijkt liefdevol naar het meisje dat koffie haalde in het koffietentje om even te ontsnappen aan de grijze gevangenis. En vertelt haar hoe trots ze op haar is, hoe ver ze is gekomen en dat het allemaal niet voor niets is geweest. Kennelijk had ze dit moment op de Zuidas nodig om zich te realiseren hoe diep dankbaar ze is. En om vrede te ervaren, schrijft ze. Deze passage ontroerde me.

Ook ik stond daar op die gelikte borrel met een DJ, geraffineerde hapjes en omringd door mensen met een vlotte babbel in dure outfits. In het begin voelde ik me ongemakkelijk als outsider; het gekke meisje met het pennetje dat nergens helemaal past. Maar naarmate de avond vorderde voelde ik me ontspannen. Ook ik keek met liefde terug naar de zoekende advocaat-stagiaire die zo graag gezien wilde worden. Ik had het niet willen missen. En tegelijk ben ik zo blij met mijn leven zoals het nu is. Dat ik aardig ben voor mezelf, op mezelf kan vertrouwen en fluitend naar mijn werk ga. Ik voelde me niet minder dan de advocaten die daar rondliepen, maar ook niet meer. Gewoon gelijk. We zijn tenslotte allemaal maar mensen die hun weg bewandelen.

Fleur Brockhus' nieuwe bundel Mest voor de werkvloer is zojuist verschenen.

 

    | Mail de redactie | Print