Column: tuchtrechtelijke #metoo

Vlak na de eeuwwisseling werd ik Orderedacteur bij het Advocatenblad. Ik zat namens de Nederlandse Orde van Advocaten in de redactie, verder bestaand uit eindredacteur Linus Hesselink en acht advocaten die het mede als hun taak zagen om de Nederlande Orde van Advocaten kritisch te volgen.

Door Lucien Wopereis (deze bijdrage is eerder gepubliceerd in Tijdschrift Tuchtrecht)

Het Advocatenblad moest volgens deze advocaten een soort ‘interne informatieve tegenmacht’ zijn, om al te voortvarend of zelfs autoritair opererende Ordebestuurders een beetje in toom te houden. De bevoegdheden van de redactie werden dan ook beschermd met een redactiestatuut.

De in het Advocatenblad gepubliceerde tuchtrechtelijke beslissingen – destijds de enige openbare bron – stonden niet onder het gezag van de redactie, maar onder de aparte redactie-commissie Tuchtrecht. Die commissie was destijds een soort black box: de redactie en ook de buitenwereld hadden geen idee hoeveel uitspraken de commissie onder ogen kreeg, en ook niet hoe besluiten om tuchtrechtelijke beslissingen wel of niet te publiceren tot stand kwamen. De commissie legde geen verantwoording af over haar keuzes, althans niet bij de reguliere redactie.

De redactie-commissie Tuchtrecht bestaat overigens nog steeds, maar het Advocatenblad is inmiddels al lang niet meer de enige bron voor het tuchtrecht. Iedereen die meer wil weten over beslissingen kan terecht op Tuchtrecht.nl, waar binnen het domein Advocatuur in de loop der jaren inmiddels bijna 13.500 uitspraken zijn gepubliceerd. Mede als gevolg daarvan is er steeds meer media-aandacht voor het tuchtrecht, en wordt het ook een steeds serieuzer speelveld voor de advocatuur. Advocaten voor Advocaten, zogezegd.

En sinds enige tijd is er dus ook het Tijdschrift Tuchtrecht, dat overigens nadrukkelijk een veel bredere blik heeft dan alleen de advocatuur. Die zitten er natuurlijk wel bij, maar ook voetballers, notarissen, accountants, diergeneeskundigen en artsen passeren de revue. Het tuchtrecht – als afzonderlijke discipline – dreigt volwassen te worden.

Bejegening
Aan die volwassenwording kleven aspecten die veel professionals zich nog altijd niet helemaal lijken te realiseren. Bijvoorbeeld: als een advocaat zich extreem horkerig gedraagt, dan kan dat gedrag – als het leidt tot een klacht aan zijn adres – tot in detail in de beslissingen en dus de media terecht komen, al dan niet met naam en toenaam. Een soort #metoo dus.

De onheuse bejegening van de wederpartij of andere betrokkenen wordt vaak zeer uitgebreid in de beslissingen van de tuchtrechter uitgeschreven of geciteerd. Voor ‘Wij van Advocatie’ is het smullen geblazen als er weer eens zo’n ongelikte beer of berin langs komt, even los van ons mededogen met het lijdend voorwerp van de verbale of schriftelijke agressie. Het leidt tot passages als deze:

De Raad van Discipline is dat niet met hem eens. ‘In de omschreven gesprekken, zowel met een medewerker van de Raad voor Rechtsbijstand als met medewerkers van de rechtbank als met medewerkers van de deken, heeft verweerder zich meermaals geagiteerd, dwingend, onredelijk en onnodig escalerend opgesteld. (...) De toonzetting van verweerder is immers – ook indien deze in de context wordt geplaatst – onnodig laatdunkend, gebiedend, niet-zakelijk en te grof.’
Een klacht over het ‘gebrek aan eerbied voor de rechterlijke autoriteiten’ wordt door de Raad van Discipline verworpen. De hoorn op de haak smijten en demonstratief een handtekening doorkrassen op een piketformulier is weliswaar onnodig escalerend en weinig professioneel, maar dat brengt niet zonder meer met zich mee dat ook sprake is van van een uiting van een gebrek aan eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, aldus de Raad.

Je ziet het bij wijze van spreken voor je. Zo’n op en neer stuiterende gifkikker met een veel te grote mond en veel te kort lontje. Bijna een parodie op een advocaat. Er zijn er meer van dan je misschien zou vermoeden, want ze komen vrij regelmatig langs in onze kolommen.

Straf
Het gebrek aan besef dat er nogal wat op straat kan komen te liggen, geldt ook de straf. Daarmee bedoel ik niet eens zozeer de ingrijpende schrapping of schorsing op zichzelf, maar ook de bijkomende straf van de publiciteit. Het is kinderlijk eenvoudig om onherroepelijk geschrapte en geschorste advocaten te koppelen aan tuchtrechtelijke beslissingen, nu de Orde van Advocaten sinds een aantal jaren de namen van die advocaten publiceert.

Wij worden vervolgens nogal eens benaderd met de vraag of we wel goed bij ons hoofd zijn om niet-geanonimiseerd te publiceren. Wij moeten die advocaten dan voorhouden dat ze toch echt bij de verkeerde boom staan te blaffen. Overigens geldt ook bij lichtere straffen vaak dat we de naam van de advocaat kunnen achterhalen. Anonimiseren is tricky business. U kent uit de reguliere rechtspraak het voorbeeld van de geanonimiseerde zanger die in de jaren zestig van de vorige eeuw een grote hit had met het lied Kom van dat dak af.

Over reguliere rechtspraak gesproken: we deden ook eens verslag van een geruchtmakend ontslag van een advocaat naar aanleiding van uitspraken van rechters in verschillende instanties. Na enig speurwerk hadden we achterhaald om wie het ging, maar we besloten niet met naam te publiceren. De zaak zoals beschreven in de uitspraken gaf aanleiding te veronderstellen dat er sprake was van een stevige persoonlijkheidsstoornis, en de betreffende advocaat was jong en bij het grote publiek volstrekt onbekend.

Toch stuurde de advocaat uiterst verontwaardigde e-mails dat we de artikelen over de ontslagzaak moesten verwijderen. Dat komt dus neer op een bevel om artikelen over gepubliceerde en openbare jurisprudentie te verwijderen. De beginselen van de persvrijheid en openbare rechtspraak waren bij deze advocaat kennelijk nooit geland. Het hoeft geen betoog dat we dat verzoek naast ons neer hebben gelegd.

Verwijderverzoeken
Bij tuchtrechtuitspraken krijgen we ook regelmatig verzoeken of we niet-anonieme artikelen kunnen verwijderen. Het argument is dan dat het al zo lang geleden is, of dat potentiële werkgevers of opdrachtgevers terugschrikken als ze de naam van de sollicitant inkloppen en dan vervolgens lezen over de tuchtzaak.

Dergelijke verzoeken liggen vaak ingewikkelder dan de bovenstaande ontslagzaak. Even grofweg: enerzijds willen we mensen niet hun hele internetleven opknopen aan een enkele miskleun, anderzijds lopen er figuren rond waarvoor niet genoeg gewaarschuwd kan worden. De aard van de misdraging(en) speelt uiteraard een rol, het tijdsverloop, alsmede het antwoord op de vraag of de betreffende persoon nog in de juridische dienstverlening actief is. En bij dat laatste: werkt hij of zij in de business to business, of zijn er ook pariculieren in beeld?

We hebben ooit het volgende beleid geformuleerd, na consultatie van een media-advocaat: Advocatie verwijdert na een daartoe strekkend verzoek na zeven jaar de indexeerbaarheid van een artikel. Dat betekent dat het niet meer verschijnt in de zoekresultaten van Google of andere zoekmachines. Het artikel blijft wel zichtbaar voor degenen die het archief van Advocatie rechtstreeks raadplegen.

In de meeste gevallen is daarmee de kou wel uit de lucht. Zolang ze maar niet meer eeuwig bovenaan staan in de eerste pagina met zoekresultaten van Google. Ik dat kader twee vragen aan u als lezer: wat vindt u van dit beleid? Wat vindt u van de termijn van zeven jaar? Ik hoor graag, en kom er dan bij gelegenheid nog eens op terug.

l.wopereis@sdu.nl

    | Mail de redactie | Print