Intussen in België: ‘wettelijke status bedrijfsjurist op vergelijkbare lijn als advocaat’

De status, rol en vertrouwenspositie van Belgische bedrijfsjuristen moeten meer op een lijn komen met die van advocaten en steviger in de wet worden verankerd. Dit zijn samengevat enkele voorstellen die het Belgische Instituut voor Bedrijfsjuristen doet aan Minister van Justitie Koen Geens, met als doel de rol van de bedrijfsjurist sterker in wetgeving vast te leggen.

Bedrijfsjuristen vormen in België sinds 2000 net als advocaten en notarissen een wettelijke gereglementeerde beroepsgroep, inclusief eigen opleiding, gedragsregels en tuchtrecht. In dat jaar werd tevens het Instituut voor Bedrijfsjuristen opgericht, dat nu meer dan 2.000 leden telt (bijna 60% vrouw).

Met het oog op de veranderende rol van de legal counsel binnen organisaties – van juridische vraagbaak naar adviseur op strategisch niveau – pleit het instituut onder meer voor verdere verankering van de rol van de bedrijfsjurist in de wet. In de voorstellen wordt de bedrijfsjurist meer op gelijke voet gezet met de advocaat en diens taken, bevoegdheden en geheimhoudingsplicht.

‘Het Instituut bestaat nu 18 jaar en een toetsing aan de huidige, veranderde omstandigheden is gewenst,’ schrijven auteurs Saskia Mermans en Hugues Delescaille namens het instituut. ‘Wij zijn fervent voorstander van de gelijkschakeling van een aantal cruciale elementen om het vertrouwen en transparantie te verhogen.’

Zo is de onafhankelijke rol van de bedrijfsjurist nu weliswaar vastgelegd in de beroepscode, maar die zou ook in de wettelijke taakomschrijving van de bedrijfsjurist moeten staan, vinden de auteurs, ‘zodat hierover, ook bij de entiteit waarvoor de bedrijfsjurist de opdracht uitvoert, geen twijfel kan bestaan’. Hetzelfde geldt voor de uitbreiding van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de legal counsel namens het bedrijf, bijvoorbeeld in het geval van een juridische procedure of onderzoek of een bemiddelende rol bij schikkingszaken.

Verder doet het instituut voorstellen in het kader van kwaliteitszorg, zoals een verplicht lidmaatschap voor bedrijfsjuristen van het instituut. Ook zou er een aparte wetsbepaling moeten komen om de geheimhoudingsplicht van de bedrijfsjurist vast te leggen, vergelijkbaar met die van de advocaat.  

Daarnaast wordt gepleit voor een eenduidig begrip van de vertrouwelijkheid voor alle juridische beroepsgroepen, evenals voor gelijke gedragsregels, ‘waarin de kernwaarde voor alle juridische beroepen gelijkwaardig vastgelegd worden’.

Klik hier voor het volledige rapport

 

    | Mail de redactie | Print