OM wil einde aan ‘verschoningsrecht als procedureel wapen’

Het OM en de FIOD willen dat advocaten in fraudezaken hun beroep op het verschoningsrecht beter gaan onderbouwen. Dit meldt het OM op de eigen website naar aanleiding van een artikel in NRC, over hoe advocaten van Shell het verschoningsrecht als ‘procedureel wapen’ zouden inzetten in een fraudezaak.

‘Er moet gekeken worden’ naar de procedures die gelden voor het verschoningsrecht, aldus het OM, dat merkt hoe strafrechtelijke onderzoeken naar corruptie en andere fraudezaken enorme vertragingen op kunnen lopen vanwege discussies over de reikwijdte van het verschoningsrecht van betrokken advocaten. 

“Het is nu geregeld zo dat als een bedrijf claimt dat het beroepsgeheim in het geding is, we alles uit onze handen moeten laten vallen totdat een rechter-commissaris de vraag beantwoord heeft of dat een terechte claim is,” zeggen Esther Sachs, recherche-officier bij het Functioneel Parket en Bert Langerak, directeur opsporing van de FIOD. “We gaan vaak van eerste aanleg tot aan hoge raad en weer terug. Al die tijd ligt de waarheidsvinding gedeeltelijk maar soms ook helemaal stil. […] We merken dat het verschoningsrecht soms als procedureel wapen wordt gebruikt. Dat is een bijwerking van de manier waarop die procedures nu zijn ingericht, maar dat is niet waarvoor ze bedoeld zijn.”  

De huidige procedures leveren volgens het OM en de FIOD onwerkbare situaties op. Een verdacht bedrijf zou daarom zelf vooraf al beter moeten onderbouwen wanneer er sprake is van verschoningsrecht en voor welke stukken het geldt. Komen die effectievere procedures er niet, dan kunnen OM en FIOD mogelijk minder grote zaken oppakken, waarschuwen zij.

Het pleidooi volgt op berichtgeving over hoe het Nederlandse onderzoek naar Shell, dat ervan wordt verdacht een miljard euro aan steekpenningen te hebben betaald in Nigeria, ernstig is vertraagd door discussies bij de rechter-commissaris over de reikwijdte van het verschoningsrecht. Volgens Shell vallen vele begin 2016 in beslag genomen documenten onder het beroepsgeheim van zijn juristen, zodat deze niet gebruikt mogen worden.

Het bericht van het Openbaar Ministerie

    | Mail de redactie | Print