Raad van Discipline: 'matchfixing' in HEMA-zaak niet aangetoond

De tuchtklacht die zeven notarissen in de nasleep van de HEMA-zaak hadden ingediend tegen twee advocaten van Kennedy Van der Laan, is dinsdag door de Raad van Discipline ongegrond verklaard. In een verzetszaak tegen een eerdere beslissing blijkt volgens de raad niet dat de tuchtzaak die de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) voerde tegen de HEMA-notarisservice, ‘op welke manier dan ook is vervalst c.q. dat sprake is van een “opzetje” tussen partijen en hun raadslieden’.

Door Joris Rietbroek

De groep notarissen aangevoerd door Adriaan Rothfusz hebben sterke vermoedens van ‘matchfixing’ in de geruchtmakende HEMA-zaak: er zijn volgens hen afspraken gemaakt tussen de betrokken advocaten en de KNB, zodat de tuchtprocedure tegen de HEMA-notarisservice in twee instanties een zekere uitkomst zou hebben: goedgekeurd volgens de tuchtrechtelijke regels.

Daarnaast spelen volgens hen conflicterende belangen een cruciale rol: een van de Kennedy Van der Laan-advocaten die tijdens de tuchtzaak HEMA-notaris Sterel bijstond, Frits van der Woude, is tevens voorzitter van een KNB-commissie. In die rol zou hij toegang kunnen hebben gehad tot gevoelige informatie. ‘Het dienen van conflicterende belangen is niet uitsluitend verboden omwille van de belangen van de directe partijen zelf. Het verbod dient ook om de integriteit en geloofwaardigheid van de advocatuur in de maatschappij te rechtvaardigen,’ aldus de klagers.

Nu is er volgens de Raad van Discipline geen sprake van een ‘opzetje’ tussen de partijen, maar als dit al zo was, dan zijn de klagers hierdoor niet rechtstreeks in hun eigen belangen geschaad. Over de vraag of het maken van een dergelijk opzetje al klachtwaardig is, spreekt de raad zich niet uit. Wel staat volgens de tuchtrechter vast dat zowel de KNB als Sterel ‘geen bezwaren hadden tegen het optreden’ van de Kennedy Van der Laan-advocaten namens Sterel.

En als de direct betrokkenen in deze zaak geen dergelijke bezwaren hadden, dan kan er geen sprake zijn ‘van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen wegens tegenstrijdige belangen, althans van belangenverstrengeling. De Advocatenwet kent niet de eis dat partijen schriftelijk dienen te verklaren dat er geen bezwaar bestaat’. In dit opzicht slagen de gronden van de klagende notarissen niet, aldus de Raad van Discipline.

Omdat er verder geen nieuwe gezichtspunten zijn opgedoken, wordt hun klacht niet verder onderzocht.

Klik hier voor de beslissing 

 

    | Mail de redactie | Print