Weglokken advocaat op oneigenlijke gronden: tuchtrechtelijk verwijtbaar

Een advocaat die zijn voormalige werkgever op verschillende manieren in diskrediet probeert te brengen om zo een andere advocaat te bewegen het kantoor ook te verlaten, heeft zich niet gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Dat heeft de Raad van Discipline begin dit jaar beslist, zo blijkt uit een vorige week gepubliceerde uitspraak.

De advocaat en de klager – de voormalige werkgever – werken acht jaar met elkaar samen, maar het gaat mis als de advocaat het kantoor verlaat. De vertrekkende advocaat gaat een samenwerkingsverband aan met een accountant, maar probeert daarnaast een andere advocaat los te weken van het kantoor.

Dat doet hij door de klager en diens kantoor in een kwaad daglicht te stellen: hij zegt dat de boel op omvallen staat, dat de administratie niet deugt en hij geeft inzicht in de - hogere - salarissen van kantoorgenoten. Ook laat hij een opgestelde klacht tegen zijn voormalige werkgever zien. De weg te lokken advocaat hoeft die alleen maar even te ondertekenen, en dan kan hij bij het nieuwe kantoor beginnen, met een appartement op de koop toe.

De advocaat hapt toe als hij wordt ontslagen, naar zijn zeggen als gevolg van een misverstand over een werkgeversverklaring. Later krijgt hij echter wroeging: 'het zat mij op enig moment dwars'. Hij gaat ‘terug naar zijn oude nest’ en voelt zich ‘verplicht om bepaalde dingen te vertellen’. Dat leidt tot de klacht van de voormalige werkgever aan het adres van de vertrokken advocaat, en ook de accountant waar hij mee samenwerkt.

De zaak bij de Accountantskamer loopt spaak, omdat er op dat moment alleen nog een verklaring over het gebeurde ligt van de voormalige werkgever. De Accountantskamer vindt dat onvoldoende. Bij de Raad van Discipline wordt de overgestapte en weer teruggekeerde advocaat echter als getuige gehoord. Dat blijkt doorslaggevend: volgens de Raad blijkt uit de verklaring dat de verweerder ‘heeft getracht om op oneigenlijke gronden de getuige te bewegen om met verweerder en de accountant samen te gaan werken’.

Volgens de Raad is een waarschuwing passend, omdat verweerder geen tuchtrechtelijk verleden heeft. Ook heeft de advocaat-getuige een actieve rol in de zaak gespeeld door zich ‘niet van contact met de verweerder te onthouden’.

Klik hier voor de beslissing

    | Mail de redactie | Print