Het in de Advocatenwet geregelde toezicht op advocaten en de openbaarmaking van tuchtrechtelijke maatregelen is van dien aard ‘dat het dient te worden aangemerkt als een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter’. Openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaar bestuur is daarmee niet verenigbaar, aldus de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van 15 maart.