In twee Amsterdamse tuchtrechtuitspraken van maart heeft de Raad van Discipline in verband met de spoedeisendheid van de zaak een ‘kop-staart-beslissing’ genomen, en de advocaat in kwestie op de zitting met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van de praktijk. In het ene geval ging het om onbevoegde praktijkuitoefening, in het andere geval zat de advocaat in de cel met beperkingen.