Baker McKenzie botst met Q-Park: 'misbruik van machtspositie'

Ze staan lijnrecht tegenover elkaar: advocatenkantoor Baker McKenzie verwijt parkeerexploitant Q-Park ‘monopolistengedrag’ nadat de firma een aantal parkeertransponders van Baker heeft uitgezet en een kortingsregeling heeft stopgezet. Q-Park zegt op haar beurt dat Baker gewoon marktconform moet gaan betalen. Dat kunnen ze best, als advocatenkantoor met gigantische omzetten en winsten.

Door Lucien Wopereis

In het persbericht van de rechtbank Amsterdam leek het nog een betrekkelijk overzichtelijk geschil. Het ging over de tarieven die Baker McKenzie moet betalen aan de exploitant van de parkeergarage van Mahler4, en de blokkade van twintig 'parkeertransponders' door exploitant Q-Park die volgens Baker moet worden opgeheven. Eenmaal in de zaal gezeten, zitten toehoorders binnen enkele minuten in een diep moeras: er is een 10%-regeling, een 30%-regeling, een poolregeling, een first movers incentive, een pool-overrun en 24/7 parkeerplaatsen.

De kern van het probleem is echter duidelijk: geld. Baker McKenzie stelt dat Q-Park zich gedraagt als monopolist en de tarieven eenzijdig eindeloos kan verhogen, en zomaar de toegang tot de parkeergarage kan blokkeren. Omdat er op de Zuidas nauwelijks openbare parkeerplaatsen zijn, stelt dat de kantoren meteen voor grote problemen. "Puur monopolistengedrag", aldus de advocaat van het kantoor die heeft becijferd dat de parkeertarieven in enkele jaren tijd met 30% zijn gestegen.

Q-Park stelt dat Baker McKenzie niet moet zeuren. Dat kantoor had als relatief vroege bewoner van de Zuidas weliswaar enkele kortingsregelingen bedongen bij de eigenaar van Mahler4 (niet zijnde Q-Park), en het kantoor had twintig parkeertransponders meer tot haar beschikking dan parkeerplaatsen, maar dat is niet contractueel vastgelegd in de huurovereenkomst van de ruimte in de garage. Het is de exploitant daarom toegestaan om aan de voordeeltjes van Baker, “nota bene een advocatenkantoor dat toch bekend moet worden verondersteld met het vastleggen van overeenkomsten”, een eind te maken.

Baker kan de twintig extra parkeertransponders best krijgen, maar moet er dan voor betalen. Q-Park betwist ook het spoedeisende belang, nu het een financieel geschil is. Mocht blijken dat Q-Park geen gelijk heeft, dan kan het geld gewoon worden terugbetaald. Er dreigt volgens de advocaat "geen onomkeerbare situatie" die de inzet van een kort geding rechtvaardigt.

De advocaat van Baker zegt dat de kortingsregeling wel degelijk deel uitmaakt van het oorspronkelijke huurcontract, en hij stelt ook dat veel meer partijen aan de Zuidas de buik vol hebben van Q-Park. “Het gaat om level playing field, fairness.”

Uitspraak op 12 februari.

    | Mail de redactie | Print