Fraudeofficier: verschoningsrecht advocaten moet op de helling

“Het verschoningsrecht is niet meegegroeid met de werkelijkheid en staat nog steeds in de stand van 1830.” Thomas Bosch, landelijk coördinerend officier van justitie voor fraude, gooide afgelopen vrijdag in een zaal vol advocaten de knuppel in het hoenderhok tijdens het anti-corruptiecongres van de Bijzonder Strafrecht Academie. Hij vindt dat het hoog tijd is om het verschoningsrecht te wijzigen.

Door persbureau Cerberus

“Ik plaats vraagtekens bij de reikwijdte van het verschoningsrecht”, aldus Bosch. Het principe dat het contact met de client vertrouwelijk moet blijven, stamt uit het begin van de 19e eeuw, toen advocaten nog geen rol hadden bij het opzetten van bedrijfsstructuren. “Maar kijk nu om je heen op de Zuidas, en je ziet dat dat een voorspoedige business is geworden.”

Als het OM onderzoek wil doen naar bedrijfsstructuren, dan levert de betrokkenheid van advocaten problemen op. “We stuiten dan op de muur van het verschoningsrecht”, verklaarde Bosch. Hij wil dat er een duidelijker onderscheid komt tussen de pure juridische dienstverlening van advocaten aan cliënten en andere bezigheden.

Niet langer afgeschermd
Volgens hem worden in de fraudeonderzoeken de geheimhoudingsstukken, waarop het verschoningsrecht van toepassing is, te vaak gebruikt om andere informatie af te schermen. “Die moeten we dan maar onder het verschoningsrecht zien weg te trekken.” Feitenmateriaal dat geen verband houdt met juridische dienstverlening, zou niet langer afgeschermd mogen worden van opsporingsdiensten, bepleitte de fraudeofficier.

Tijdens het anti-corruptie congres werd meerdere keren gesteld dat het verschoningsrecht op verschillende manieren wordt aangewend om informatie weg te houden bij het OM en opsporingsdiensten. In een mail de advocaat in de cc zetten, of hem laten aanschuiven bij vergaderingen. Of een kruiwagen met de bedrijfsadministratie bij het advocatenkantoor stallen.

Brievenhoofd
Volgens advocaat Francien Rense van NautaDutilh staan advocaten in “99 procent” van de gevallen de advocaat echter terecht in de CC van een mail van cliënten. Zij verklaarde dat opsporingsdiensten en OM bij doorzoekingen te makkelijk voorbij gaan aan het verschoningsrecht. “Als het brievenhoofd van een advocatenkantoor op een stuk staat, dan weet je in principe genoeg”, aldus Rense. Volgens haar geldt dan onverkort het verschoningsrecht.

Te vaak gaan opsporingsdiensten er vanuit dat de rechter-commissaris wel beslist of een stuk of digitaal bestand wel of niet meegenomen mag worden, meent de NautaDutilh-advocaat. Die bevoegdheid berust bij de verschoningsgerechtigde, de advocaat dus. Rense pleit voor een ‘protocol verschoningsrecht bij doorzoekingen’. OM, opsporingsdiensten en advocatuur maken daarin afspraken over de selectie van informatie, en bepalen welke bestanden terug moeten naar de cliënt omdat het verschoningsrecht erop rust. Als daarover meningsverschillen ontstaan, dan zou de rechter-commissaris alsnog een oordeel moeten vellen.

Schikkingen
Het OM reageerde nog op de kritiek die er vanuit de politiek en rechtspraak is op zogenaamde buitenrechtelijke afdoeningen van fraude- en corruptiezaken. Ook in het buitenland zijn schikkingen heel gewoon, aldus officier van justitie Daniëlle Goudriaan. Ze werken bovendien kostenbesparend, omdat er geen ellenlange rechtsgang is.

Een advocaat uit de zaal merkte op dat het in fraude- en corruptiezaken niet duidelijk is voor een client welke eis hij kan verwachten van het OM bij de rechter. Dan is het ook moeilijk om hem op de voordelen van een schikking te wijzen. Volgens fraudeofficier Thomas Bosch liet daarop weten dat het onmogelijk is om bij witte boordencriminaliteit met een “mathematische berekening” de strafmaat te bepalen.

    | Mail de redactie | Print