Toen Frederique Mackay-Beins haar pupil voor het eerst zag, herkende ze zichzelf in haar. Inmiddels is zij de patroon van Bente Faber en werken ze samen bij De Vos & Partners Amsterdam. Wat kenmerkt hun band en wat leren ze van elkaar?
Bente Faber (28) had een vliegende start bij De Vos & Partners Amsterdam, letterlijk en figuurlijk. Nadat ze in 2024 was aangenomen als juridisch medewerker, vloog ze met kantoor naar Mykonos. “Ik had nog geen dag gewerkt”, roept Faber uit. “Omdat het 30-jarig jubileum van ons kantoor een jaar was uitgesteld, kon ik mee. Superleuk!”
Kort daarna promoveerde ze tot advocaat-stagiaire. Haar aannameprocedure was ook al zo vliegensvlug verlopen: een paar uur na het eerste gesprek kreeg ze een aanbod.
“We wisten het meteen. Ik herkende mezelf in haar: in hoe ze sprak, wat ze wilde, haar gedrevenheid”, zegt Frederique Mackay-Beins (44). “In de advocatuur ligt het gevoelig om te zeggen dat verliezen geen optie is, maar Bente heeft onmiskenbaar een winnaarsmentaliteit. Niet voor niets hockeyde ze op topniveau.”
Sinds januari 2025 is Faber haar pupil en delen ze een kamer. Mackay-Beins is familierechtadvocaat en specialist reisrecht, zoals ze hier toelicht. Faber behandelt uiteenlopende privaatrechtelijke zaken, met een focus op vastgoed- en reisrecht.
De twee hebben al heel wat zittingen samengedaan. “We vullen elkaar aan en pleiten op dezelfde manier.” Faber: “We zijn spontaan en kunnen improviseren als het moet.” Mackay-Beins – lachend: “Omdat we zoveel op elkaar lijken, vragen cliënten geregeld of we zusjes zijn.”
Haar eerste werkdagen?
Mackay-Beins: “Je hoort soms dat jongeren belangst hebben. Nou, zij niet. Bente pakt makkelijk de telefoon. Dat doe ik zelf ook. Ik wil altijd weten wat voor advocaat er aan de andere kant zit; is een minnelijke regeling mogelijk of zit de wederpartij er met een gestrekt been in en kan ik me de energie voor een schikking besparen?
De manier waarop ze met cliënten sprak, was meteen goed: totaal niet onzeker, erg menselijk. Ze is heel betrokken, waardoor cliënten merken dat hun zaak bij haar in goede handen is.
Ik ben heel erg van: gewoon doen, dan leer je het meest. Mijn patroon en de oprichter en naamgever van ons kantoor, Pim de Vos, was net zo. Geregeld gooide hij me in het diepe. Dat kun je bij haar ook doen: Bente is nergens bang voor.”
Faber: “Ik ben optimistisch en heb een gezonde dosis zelfvertrouwen.”
Mackay-Beins: “Even geleden belde AVROTROS Radar, op een vrijdagmiddag. Of we een advocaat hadden die maandag live in de studio kon adviseren. Ik hing op en zei tegen Bente: ‘Echt iets voor jou.’
Ik legde het uit en ze hapte meteen toe. Nadat ze zich in het weekend had voorbereid, kwam ze maandag op kantoor. We deden alsof onze kamer een studio was, oefenden twee keer een rollenspel en daarna vertrok ze. Op naar Hilversum!
Toen ik haar ’s avonds op tv zag, was ik zó trots. Ze deed het fantastisch. Niemand kon geloven dat ze dit voor het eerst deed. Ik wist dat ze dit kon. Ik geloof in haar, net zoals Pim in mij geloofde. Hij is twee jaar geleden overleden, maar ik mis hem nog steeds.”
Zijn betekenis?
Mackay-Beins: “Zit ik in een zaak, dan denk ik vaak: hoe zou Pim het hebben aangepakt? Zijn foto staat op mijn bureau. Nog steeds is hij een inspirator voor me. Dat ik me heb ontwikkeld tot de advocaat die ik nu ben, komt vooral door hem.
Zijn vertrouwen in mij als jonge advocaat heeft mij een boost gegeven. Vroeger kwam hij ’s ochtends naar me toe om me te groeten en te vragen hoe mijn dag eruitzag. Ging hij ’s avonds naar huis, dan kwam hij altijd even gedag zeggen en vroeg hij of hij nog ergens mee kon helpen. Hij was er altijd voor me.
Pim heeft het eerste Nederlandse boek over reis- en toerismerecht geschreven. Hij stimuleerde mij om af te studeren op de Wet op de reisovereenkomst en specialist reisrecht te worden. Uiteindelijk heb ik een groot deel van zijn praktijk mogen overnemen.
Nog iets: zijn manier van schrijven. Ook kantoorgenoten die hem niet hebben gekend, weten wat we op kantoor bedoelen met een ‘Pim de Vos-brief’.”
Faber: “In zo’n brief ben je hard op de bal, maar zacht op de man. Fré begeleidt me zoals Pim dat ooit bij haar deed: ze laat me redelijk zelfstandig werken. Ik ga zelf aan de slag en vraag pas hulp als ik er niet uitkom.”
Wat doe je anders dan Pim?
Mackay-Beins: “Bespreken we zaken, dan ben ik van ‘tak, tak, tak’: wat loopt er, wat moet er wanneer gebeuren? Ik ben sneller to the point dan Pim destijds, die was door zijn enthousiasme soms wat lang van stof.”
Wat leer je zoal van Frederique?
Faber: “Door haar vraag ik me altijd af waar je cliënten écht mee kunt helpen. Soms volstaat één telefoontje. Je moet oog houden voor praktische oplossingen, in plaats van alles heel juridisch maken.
Voor mij is ondernemen een wezenlijk onderdeel van de advocatuur: netwerken, cliënten werven. Hoe dat moet, weet Fré precies: ze is er een meester in. We stimuleren elkaar daarin.”
Voorbeeld?
Faber: “Overal zijn kansen. Mijn collega en ik raakten ooit in de kroeg aan de praat met iemand uit de polowereld. Vervolgens werden we met kantoorgenoten uitgenodigd voor een polo-event. Heb ik een plan, dan moedigt Frederique me aan dit meteen uit te voeren. Laatst nog, toen ik een idee had om nieuwe, goede mensen voor kantoor te werven.”
Mackay-Beins: “Op een polo-event, op een congres of op een terras We praten overal met iedereen. We worden blij van mensen. Daarom netwerken we graag.”
Faber: “We kunnen ook goed met elkaar praten. Over zaken en persoonlijke kwesties. Ik had nooit gedacht dat ik zo’n bijzondere band met mijn patroon zou kunnen hebben. Wat er onlangs is gebeurd, heeft onze band versterkt.”
Hoe zit dat?
Mackay-Beins: “Vorig jaar is mijn man plotseling overleden. Daarna ben ik eigenlijk meteen weer gaan werken. Een fijne afleiding. Bovendien voelt het vertrouwd om met haar in een kamer te zitten. Er waren momenten dat ik, in het kader van de afwikkeling, huilend aan de telefoon zat. Ze zei dan niets, maar zette een kopje thee neer. Zó lief.
Ik deed zelf ook veel, maar Bente was degene die ervoor heeft gezorgd dat ik niets liet liggen. Ze nam in verschillende zaken mijn rol tijdelijk over bij cliënten, die daarna belden om te zeggen dat ze haar top vonden. Met haar hulp en van de rest van het team liep mijn praktijk gewoon door. Daar ben ik iedereen nog steeds ontzettend dankbaar voor.
Hoewel het druk was, heeft ze nooit geklaagd. Sowieso heb ik haar nooit zien stressen. Als ik zelf heel veel deadlines tegelijk heb, denk ik soms: laat me even met rust. Maar zij blijft altijd rustig. Dat vind ik knap.”
Faber: “Ik word niet snel gek in mijn hoofd. ‘Don’t suffer in silence’, weet ik van eerdere werkplekken. Het geeft me rust om te weten dat ik altijd bij haar terechtkan.”
Mackay-Beins: “Hoewel ze nog advocaat-stagiaire is, heeft ze de visie van een medewerker. Ze vindt alles interessant, is altijd gefocust. Hoewel het prima gaat, mag ze soms wel wat minder hooi op haar vork nemen.”
Faber: “Misschien moet ik soms minder van mezelf eisen. Maar ik wil nu eenmaal overal het maximale uithalen, zowel zakelijk als privé.”
Mackay-Beins: “We geven graag gas, op elk gebied. We zijn beiden erg sportief en zijn enorme levensgenieters. We gaan graag uit eten en houden van dansen.”
De toekomst
Mackay-Beins: ‘Ik ben een geboren advocaat, net als Bente. Elke dag is anders. Je kunt het verschil maken voor cliënten en ik word blij van ondernemen. Ik ben bij dit kantoor als student gekomen en nooit meer weggegaan.”
Faber: “Eerst mijn advocaat-stage afmaken. Na mijn studie ben ik meteen gaan werken, dus ik zou graag ook eerst meer van de wereld willen zien. De eerste bestemming wordt een reis door Patagonië.”




