Advocaat-stagiair Nadim Abdalla doet bij Beer Advocaten in Amsterdam het soort zaken waar hij als student op hoopte. Daarbij krijgt hij hulp van zijn patroon én massaschade-expert Bojan Dekker. Wat kenmerkt hun band en wat leren ze van elkaar?
Nadim Abdalla (26) is medeoprichter van stichting Recht voor Klimaat, een juristencollectief dat zich inzet voor het klimaat. Dit initiatief ligt in het verlengde van zijn studie. Hij is afgestudeerd in internationaal ondernemingsrecht, met een specialisatie in milieuvervuiling en klimaatverandering. “Ik deed de klimaatrechtmaster omdat ik wilde werken aan grote zaken die een bepaald onderbuikgevoel oproepen. Zo van: wat vreemd dat we nu ons recht moeten halen, terwijl dat recht er al hoort te zijn.”
Als voorbeeld noemt hij Trafigura, de zaak over een Nederlandse grondstoffenhandelaar die wereldwijd actief is en in Abidjan (Ivoorkust) giftige stoffen loosde. Hierdoor werden duizenden bewoners blootgesteld aan giftige dampen en liepen zij ernstige en soms zelfs dodelijke gezondheidsschade op.
Beer advocaten behandelt dit dossier al vijftien jaar. Nu Abdallla hier werkt, buigt hij zich ook over de zaak en spart hij daarover met onder anderen zijn patroon Bojan Dekker (56), die vanaf het begin op dit dossier zit.
Trafigura is een van de massaschadezaken die Abdalla samen met Dekker en andere teamgenoten doet. Daarnaast behandelen ze individuele letselschadedossiers. Ook daarbij hebben ze een naam hoog te houden.
Oprichter John Beer was een van de eerste letselschadeadvocaten van Nederland en is bij vrijwel iedere bekende letselschadezaak betrokken geweest. Het kantoor staat alleen slachtoffers bij.
Voorkeur voor type zaak?
Dekker: “Ik kan niet kiezen. Massaschadezaken zijn mooi omdat je daar in teamverband aan werkt, een grote groep mensen kunt helpen en er wellicht aan bijdraagt het systeem te veranderen.
Tussen 2007 en 2010 was er in Nederland een Q-koortsepidemie. Duizenden mensen raakten besmet door een bacterie die door geiten werd verspreid. Dit leidde tot doden en ernstig zieken. Ons kantoor vertegenwoordigt ruim 250 Q-koortsslachtoffers of hun nabestaanden die samen strijden voor erkenning en compensatie. Behalve dat we cliënten helpen, kaarten we ook iets groters aan: de intensieve veeteelt die ervoor zorgt dat mensen aan zulke ellende worden blootgesteld.
Treed je op voor één client dan is het resultaat tastbaarder. Je ontmoet mensen in een kwetsbare fase in hun leven, zoals na een ongeval. Er zijn vaak praktische oplossingen nodig voordat het juridisch debat begint. Het is bijzonder dat je als advocaat in zo’n situatie kunt helpen.”
Jouw patroon?
Dekker: “In het eerste deel van mijn stage bij Abma Schreurs in Volendam was dat Evert van den Brink, in het tweede deel Keje Molenaar, een ex-profvoetballer.
Evert haalde me regelmatig thuis op. Aan het eind van elke werkdag reden we dan in zijn auto terug naar Amsterdam en evalueerden wij onze werkdag. Vaak stelde hij juridische vragen. Had ik daar geen antwoord op, dan wees hij op de Tekst & Commentaar-boeken op zijn dashboard. Soms zat ik nog te bladeren, terwijl we voor de deur van mijn huis stonden. Duidelijk was dat ik pas kon uitstappen als ik het juiste antwoord had gevonden.
Ik geloof niet dat ik het zo wil aanpakken, maar van Evert heb ik geleerd eerst zelf op zoek te gaan naar het antwoord. Misschien moet ik Nadim soms meer laten ‘bungelen’.
Abdalla: “Volgens mij durf je me best te laten zwemmen. Het voelt alsof ik het eerst zelf moet doen. Ik zie dat als een compliment. Blijkbaar vertrouw je erop dat ik het kan en dat ik indien nodig aan de bel trek.
Elke week bespreken we samen mijn lopende zaken. Daarbuiten kan ik ook altijd bij hem terecht. Onze relatie zijn net als alle relaties bij Beer: horizontaal. Het voelt gelijkwaardig.”
Patroon 2?
Dekker: “Keje was precies met taal. Hij heeft mij beter leren schrijven: beknopt en begrijpelijk. Ik ben extreem kritisch op tekst.”
Abdalla: “Van Bojans opmerkingen leer ik. Hij kan soms met enkele zinnen iets juridisch onderbouwen, terwijl ik daar alinea’s voor nodig heb. Ik doe mijn best om beknopter te schrijven. Schrijven is schrappen, zegt Bojan.”
Wat wil je hem vooral meegeven?
Dekker: “Nadim moet natuurlijk kunnen pleiten en schrijven en ik kan hem daarbij helpen in zijn ontwikkeling als advocaat.
Maar in onze praktijk begint het ermee dat je mensen wilt helpen, dat je het goede wilt doen. Op dit punt is mijn invloed als patroon beperkt: dit zit in je of niet. Nadim heeft het hart op de juiste plek.”
Abdalla: “Door Bojan steek ik mijn werk tegenwoordig anders in. Als cliënten iets vroegen wat buiten de juridische kaders viel, dacht ik vroeger: lastig, gaat niet lukken. Bojan is meer van: hoe lastig het ook is, ze hebben wél een punt. Laten we het gewoon proberen, misschien valt er iets te regelen.
Vaak klopt dat ook. Ik merk dat bijvoorbeeld bij onze dossiers van politieagenten die PTSS opliepen tijdens hun dienst. De schaderegeling is heel strak, maar toch lukt het Bojan vaak een oplossing te bereiken buiten het kader om.
Hij gelooft zijn cliënten en staat dicht bij hen. Hij is niet in de eerste plaats advocaat, maar mens. Bovenal wil hij mensen helpen.”
Hoe redeneer je?
Dekker: “In letselschadezaken gaat het vaak niet zozeer om schadevergoeding, maar om het oplossen van een acuut, praktisch probleem. Kun je dat deel van het verhaal van je cliënt vertellen, dan is de andere kant vaak bereid om mee te denken.
Een voorbeeld: slachtoffers vinden het belangrijk dat hun pijn wordt erkend. Hetzelfde geldt voor de mensen om hen heen, zoals de partner van iemand met ernstige PTSS-klachten. Deze ‘secundaire slachtoffers’ worden vaak vergeten. De situatie kan dragelijker worden door hun pijn te erkennen en ze hulp te bieden.
Abdalla: “In de kwetsbare positie waarin onze cliënten zitten, moet je meer zijn dan een advocaat. Ze moeten weten dat je voor hen vecht.”
Dekker: “Behalve dat wij cliënten juridisch adviseren, kunnen wij helpen als bijvoorbeeld een traplift of speciale medische behandeling nodig is. Bij dit soort praktische zaken spelen wij een regierol: wij schakelen deskundigen in die onze cliënten verder kunnen helpen.”
Abdalla: “Bojan is een fixer. Hij krijgt dingen voor elkaar, waarvan ik denk: hoe dan?”
Wat is Abdalla’s kracht?
Dekker: “Het gemak waarmee hij zich tussen mensen beweegt! Op die leeftijd had ik minder zelfvertrouwen dan hij. In ons team is hij degene met de minste ervaring, maar dat heeft hem er nooit van weerhouden iets te zeggen. Als hij iets zegt, voegt dat wat toe. Maar hij kan ook stil zijn. Nadim weet te doseren.
Verder is hij grondig en heeft hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik bewonder het enthousiasme waarmee Nadim zich nieuwe rechtsgebieden en technieken eigen maakt. Van zijn AI-vaardigheden kan ik leren. Al vrees ik dat ik zijn niveau nooit meer kan halen. Nadim heeft onlangs samen met een collega een computer gebouwd. Met die computer kunnen we snel grote hoeveelheden informatie verwerken.”
Zijn Palestijnse achtergrond?
Abdalla: “Daar hebben we het amper over. Mijn moeder is Nederlands, mijn vader Palestijns. Ze hebben elkaar in Zwitserland ontmoet. Mijn vader is in Jordanië opgegroeid, waar de rest van zijn familie zit. Ik ben in Nederland opgegroeid. Ik denk dat het Achterhoekse mij nu meer kenmerkt dan het Palestijnse. Maar zelfs tussen de Achterhoek en Amsterdam ervoer ik een culture shock. Zo houd ik een lijstje bij van Amsterdamse bezigheden die ik in de Achterhoek niet snel zie, zoals floating of een cacao-ceremonie. Bojan is onlangs naar festival Into The Great Wide Open geweest. Ooit neem ik hem mee naar de Zwarte Cross.”
5 jaar later.
Dekker: “Ik ben advocaat en wil dat alleen op dit kantoor zijn. Oprichter John Beer wordt volgend jaar 75 en is dan 50 jaar advocaat. Een inspirerend voorbeeld.”
Abdalla: “Ik hoop dat we dan mooie uitspraken hebben in onze massaschadezaken. Zulke dossiers hebben mijn grootste interesse. Ik draag er graag aan bij.”








