Het Openbaar Ministerie krijgt geen toegang tot een deel van de digitale stukken waarop twee niet-verdachte notarissen zich beroepen op hun verschoningsrecht. De Hoge Raad laat het oordeel van de rechtbank Amsterdam in stand dat onvoldoende grond bestaat om dat recht te doorbreken.
De zaak komt voort uit een strafrechtelijk onderzoek naar een notaris en diens medewerker. In 2022 werden in dat onderzoek ruim 6.000 digitale gegevensbestanden in beslag genomen. Daaronder bevonden zich stukken waarin de namen voorkwamen van twee andere notarissen, die zelf niet als verdachte waren aangemerkt.
De verdachte notaris en zijn medewerker worden onder meer verdacht van het niet melden van ongebruikelijke transacties en van witwassen. De rechter-commissaris besliste in 2023 dat het Openbaar Ministerie kennis mocht nemen van de betreffende bestanden. De twee niet-verdachte notarissen maakten daartegen bezwaar omdat volgens hen sprake was van verschoningsgerechtigd materiaal.
In 2024 vernietigde de Hoge Raad een eerdere beslissing van de rechtbank. Volgens de Hoge Raad was toen onvoldoende concreet onderzocht of juist ten aanzien van het verschoningsrecht van deze twee notarissen sprake was van zeer uitzonderlijke omstandigheden die een doorbreking rechtvaardigden.
Na terugwijzing stelde de rechtbank de notarissen in 2025 op een aantal onderdelen in het gelijk. Het OM ging daartegen in cassatie.
Onvoldoende direct verband
De Hoge Raad verwerpt dat cassatieberoep. Volgens het hoogste rechtscollege kon de rechtbank oordelen dat de betreffende stukken niet in een zodanig direct verband staan met de onderzochte strafbare feiten dat een inbreuk op het verschoningsrecht noodzakelijk is.
Daarbij mocht de rechtbank meewegen dat veel stukken buiten de onderzochte periode vallen, dat de twee notarissen zelf geen verdachten zijn en dat niet is komen vast te staan dat de relevante informatie niet op een andere manier kan worden verkregen.
Op één punt corrigeert de Hoge Raad de rechtbank. Stukken die zelfstandig uit openbare registers kunnen worden geraadpleegd, vallen als zodanig niet onder het verschoningsrecht. Dat kan anders zijn wanneer zulke stukken onderdeel vormen van andere verschoningsgerechtigde documenten. De fout heeft geen gevolgen voor de uitkomst, omdat het OM openbare stukken zelf uit de registers kan verkrijgen.
Advocaat Linda van der Hut van Sjöcrona Van Stigt, die een van de notarissen bijstond, stelt dat met het arrest de gegrondverklaring van de klaagschriften definitief is geworden.
Het arrest is gewezen op 22 september 2026 en gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2026:1527.










