Overspannen advocate naar rechter om opzegging dienstverband

Een advocate komt na haar zwangerschapsverlof en een vakantie terug op kantoor. Al op dag één concludeert ze niet verder te willen: ze zegt haar dienstverband op. Enkele weken later zit ze ziek thuis en zegt ze door overspannenheid in een opwelling te hebben gehandeld. Maar daarom hoeft haar werkgever de opzegging nog niet te vernietigen, aldus de Rechtbank Overijssel.

Door Joris Rietbroek

Uit de gedetailleerde beschikking van de kantonrechter in Enschede van 10 mei blijkt dat dit arbeidsrechtelijke drama zich afspeelt op een middelgroot advocatenkantoor in het oosten des lands. Er is een sectie Vastgoed, een personeelsmanager en een intranetpagina, waarop deze manager half november 2016 het bericht publiceert dat de – dan nog – gewaardeerde advocate huurrecht het kantoor gaat verlaten.

Ruim twee weken eerder komt zij voor het eerst na haar zwangerschapsverlof en drie weken vakantie weer op kantoor. Op die eerste werkdag ziet ze het al niet meer zitten, zo heeft een secretaresse verklaard. Diezelfde dag hakt ze de knoop door: ze wil weg uit de advocatuur en zal het kantoor verlaten. Ze vertelt volgens de verklaring van de personeelsmanager dat ze kampt met ernstige vermoeidheid ‘voortkomend uit slaaptekort, familieomstandigheden, maar ook twijfels of de advocatuur voor de toekomst überhaupt wel bij haar past’.

De manager probeert haar te bewegen om nog wat langer afstand te nemen, zodat ze misschien kan terugkomen op haar besluit: ze staat namelijk te boek als een fijne collega en een goede advocaat. Zijn sympathie neemt af als de advocate zich twee weken na haar opzegging alsnog ziek meldt. Dit op advies van enkele collega’s, zegt ze: door zich ziek te melden zou haar inkomen namelijk langere tijd kunnen doorlopen.

Ze mankeert wel degelijk iets: de bedrijfsarts constateert beginnende overspannenheid, met de inschatting dat herstel enkele maanden zal duren. De personeelsmanager redeneert dat ze definitief niet meer zal terugkeren en plaatst op intranet dat zij ‘in het verlengde van haar zwangerschaps- en bevallingsverlof zal stoppen met werk.’ 

Van gedachte veranderd   
Nog geen week verder is de advocate van gedachte veranderd: ze wil haar opzegging intrekken, maar hier gaat het kantoor niet mee akkoord, ‘hoewel we begrijpen dat je van mening kunt veranderen’. ‘Ik ben helemaal niet uit op een arbeidsconflict, maar deze aanpak getuigt van weinig waardering en inlevingsvermogen,” schrijft ze aan personeelszaken. “En dan te bedenken dat ik ondanks de medische indicatie op mijn tandvlees heb gelopen om een zitting toch te doen omdat ik mijn collega’s daarmee niet wilde belasten.’ 

De advocate is dan vastbesloten dat zij toch haar baan wil houden, in elk geval tot 1 mei 2019. ‘Op het moment dat ik heb aangegeven om per 1 januari uit dienst te treden, had ik al maanden nauwelijks geslapen en was ik zowel lichamelijk als geestelijk op,’ schrijft ze. ‘Ik was op dat moment helemaal niet in staat om mijn wil te bepalen of de gevolgen van mijn keuzes te overzien.’ De manager gaat echter niet akkoord om haar contract alsnog tot te verlengen.

De advocate begint hierop een zaak tegen haar werkgever, met de eis dat haar opzegging van het dienstverband wordt vernietigd en dat ze weer aan de slag kan zodra ze is hersteld. In haar overspannen toestand had het advocatenkantoor haar wens om te stoppen nooit ‘als een duidelijke en ondubbelzinnige opzegging mogen bestempelen,’ zegt ze zelf. Volgens het kantoor was er geen sprake van een ‘tijdelijke geestesstoornis’ en was zij prima in staat om haar eigen beslissingen te nemen.

Invloed van wilsgebrek 
De kantonrechter van de Rechtbank Overijssel maakt uit de correspondentie en verklaringen van betrokkenen echter op dat de advocate definitief haar arbeidsovereenkomst heeft willen opzeggen. Van enkel een voornemen hiertoe is geen sprake geweest: ‘De verklaringen zijn helder en laten aan duidelijkheid niets te wensen over,’ aldus de rechter. Daarbij heeft de werkgever voldoende geverifieerd of ze echt ontslag wilde nemen. ‘Er is meerdere keren aan haar gevraagd of ze wel daadwerkelijk wilde stoppen. […] Het antwoord op die vragen was telkens bevestigend, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken.’

En al staat vast dat ze terugkwam op kantoor met een beginnende vorm van overspanning, dat betekent volgens de rechter nog niet dat ‘daaruit zonder meer moet worden afgeleid dat het ontslag is genomen onder invloed van een wilsgebrek.’ Volgens een andere ingeroepen medisch adviseur is er bij overspanning namelijk ‘geen sprake van controleverlies over het eigen handelen, eigen wil en denken.’

‘Het lijkt er veel meer op dat [verzoekster] al enige tijd klaar was met haar baan van advocaat bij een commercieel kantoor, waarbij zij nog de enige specialist huurrecht is, een baan die ontegenzeggelijk impact heeft op een privéleven,’ stelt de kantonrechter onomwonden. ‘Alles wijst in die richting: tegenover collega’s werd verklaard dat ze wilde stoppen met de advocatuur omdat zij haar werk niet meer kon combineren met haar privéleven. De verklaring van de zus van [verzoekster] is van dezelfde strekking.’

Als er al sprake was van een spontane opwelling, dan de advocate had haar opzegging kort erna recht kunnen zetten. Dit deed ze in de weken erna echter niet: ‘Op geen enkel moment heeft ze expliciet aangegeven dat ze wilde terugkeren bij het kantoor. Wel wilde ze tot 1 mei 2019 loon ontvangen, om vervolgens uit dienst te gaan. […] Dat die koerswijziging bij [verweerster] niet goed viel, is niet onbegrijpelijk.’

Klik hier voor de beschikking

 

     

 

    | Mail de redactie | Print