De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) roept het ministerie van Justitie en Veiligheid op het erfprocesrecht grondig te herzien. Een eenvoudiger systeem met één rechter, één loket en één procedure moet nalatenschapskwesties sneller en toegankelijker maken.
Inefficiënt en versnipperd stelsel
De KNB sluit zich aan bij een oproep van rechters en erfrechtadvocaten (VEAN) om het procesrecht in erfrechtzaken te vereenvoudigen. Volgens de organisatie is het huidige stelsel nodeloos ingewikkeld: procedures lopen bij verschillende instanties, elk met eigen procesregels en bevoegdheden. Dat maakt de afhandeling traag en onoverzichtelijk, terwijl erfkwesties juist spelen in periodes van rouw en emotionele belasting.
Aanleiding voor de oproep is een artikel in het Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR), waarin rechters bestaande knelpunten in het erfprocesrecht signaleren. De KNB onderschrijft hun zorgen en heeft daarover een brief gestuurd aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Eén loket bij de kantonrechter
De beroepsorganisatie ziet de kantonrechter als logisch centraal loket voor alle erfrechtelijke geschillen. Daarmee zouden bevoegdheidsconflicten verdwijnen, zoals die nu nog regelmatig voorkomen. Zo oordeelde het gerechtshof Den Haag in 2018 dat de kantonrechter in een erfzaak niet bevoegd was, terwijl andere rechtbanken juist tot het tegenovergestelde kwamen.
Een vaste toewijzing aan de kantonrechter zou volgens de KNB zorgen voor duidelijkheid, snelheid en een laagdrempelige toegang tot de rechter. Dat is vooral van belang in zaken waarin vereffenaars eerst de verdeling van een nalatenschap moeten laten vaststellen, voordat erfgenamen hun deel ontvangen of gelden worden gestort in de consignatiekas.
De KNB benadrukt dat een vereenvoudigd erfprocesrecht niet alleen uitvoerbaar is, maar ook noodzakelijk. Het zou volgens de organisatie leiden tot een meer mensgerichte en effectieve rechtsgang — in het belang van burgers, notarissen en advocaten.




