Coen Vermeij van AKD mag zich het komende jaar ‘Beste Pleiter van Nederland’ noemen. Tijdens de Landelijke Pleitwedstrijden in Utrecht overtuigde hij de jury met zijn juridische analyse, presentatie en de opbouw van zijn pleidooi.
Op vrijdag 19 juni vonden in de Rechtbank Midden-Nederland in Utrecht de Landelijke Pleitwedstrijden plaats. Tien jonge advocaten uit het hele land, die zich als winnaars van de Plaatselijke Pleitwedstrijden hadden gekwalificeerd, gingen in fictieve casussen met het thema ‘High Risk, High Reward’ de strijd met elkaar aan.
Coen Vermeij van AKD kwam na vijf rondes als winnaar uit de bus. Vermeij plaatste zich voor de landelijke wedstrijd nadat hij in 2025 de Rotterdamse Pleitwedstrijden won. De jury, onder voorzitterschap van rechtbankpresident Patricia Messer, beoordeelde hem onder meer op zijn juridische vaardigheden en overtuigingskracht. Advocatie sprak Vermeij over zijn deelname, zijn manier van pleiten en de lessen die hij uit de wedstrijd meeneemt naar zijn dagelijkse praktijk.
Wat heeft je bewogen om aan deze wedstrijd mee te doen?
Ik deed mee aan de Rotterdamse Pleitwedstrijden in 2025, omdat ik in Brussel woon en hoofdzakelijk in Brussel kantoor houd, ondanks dat ik Nederlands advocaat ben en in Rotterdam ben beëdigd. Dat komt doordat ik me bezighoud met Europees- en mededingingsrecht, en zich op dat vlak veel afspeelt in Brussel. Door deelname aan de activiteiten van de Jonge Balie Rotterdam leer ik veel baliegenoten uit Rotterdam kennen, wat mijn advocaat-stage een stuk leuker maakt.
Toen ik in 2025 de Rotterdamse Pleitwedstrijden won, kwalificeerde ik me voor de Landelijke Pleitwedstrijden. Ik ben vrij competitief van nature, en vind pleiten een van de leukste aspecten van het werk als advocaat. Als je dan de kans krijgt om je daarin te meten met de beste pleiters van Nederland, doe ik daar natuurlijk graag aan mee!
Wat vond je het meest uitdagend aan de wedstrijd en hoe heb je dit uiteindelijk overwonnen?
Er zijn ontzettend veel stijlen van pleiten. Sommige advocaten zijn erg zakelijk, anderen juist theatraal, en weer anderen leggen sterk de nadruk op de emotie van hun cliënt. Wat werkt, hangt uiteindelijk ook af van de rechter die je voor je hebt: waar de één door wordt overtuigd, kan bij de ander juist tot ergernis leiden.
Bij een pleitwedstrijd wordt, anders dan tijdens een normale zitting, een beetje opsmuk en beeldspraak zeker beloond. Tegelijkertijd moet je daarin niet te ver doorslaan. Het vinden van die balans vond ik misschien wel het meest uitdagend. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen het verhaal te vertellen op een manier die bij mij past en waar ik me comfortabel bij voel. Gelukkig sloeg die toon ook aan bij de rechtbank.
Zijn er leermomenten geweest tijdens de wedstrijd die je kan implementeren in je huidige/ toekomstige werkzaamheden?
De spreektijd tijdens de wedstrijd was beperkt, en aanzienlijk korter dan de spreektijd die normaal voor een zitting wordt gereserveerd. Dat dwong de deelnemers om snel tot de kern te komen en al het overtollige uit de pleitnota te schrappen. Je wordt daardoor gedwongen om jezelf bij iedere zin af te vragen: draagt dit daadwerkelijk bij aan mijn argument? Tegelijkertijd moet je alle belangrijke punten in je pleidooi aanstippen. Bij een pleitwedstrijd is er natuurlijk geen voorafgaande schriftelijke ronde. Alles moet in je pleitnota staan.
Dat is iets wat ik meeneem in mijn dagelijkse praktijk. Ook wanneer je meer spreektijd hebt, betekent dat niet dat je die volledig moet benutten. Een helder en bondig betoog is overtuigender dan een uitvoerig betoog waarin de kern verloren gaat.






