Informatie die via ChatGPT wordt verwerkt om een bericht aan een advocaat op te stellen, kan haar vertrouwelijke karakter verliezen. Een rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam oordeelde dat ChatGPT-gesprekken in een strafrechtelijk onderzoek daarom niet onder het verschoningsrecht vielen.
De beslissing werd genomen in een strafrechtelijk onderzoek waarin meerdere digitale gegevensdragers in beslag waren genomen. Omdat daarop mogelijk informatie stond die onder het verschoningsrecht viel, liet de rechter-commissaris de gegevens eerst filteren voordat ze aan het onderzoeksteam werden verstrekt.
Bij die controle werd ook een gesprek met ChatGPT gevonden. De beslagene had de AI-tool via een prompt gevraagd een reactie op te stellen die kennelijk was bedoeld voor een verschoningsgerechtigde. In de door ChatGPT gegenereerde tekst werd bovendien de naam van een verschoningsgerechtigde genoemd. Dat blijkt uit een beslissing van de rechtbank Rotterdam van 12 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9319. De beslissing kreeg deze maand aandacht van ITenRecht.
Openbaarmaking aan extern AI-systeem
De rechter-commissaris stelt voorop dat het verschoningsrecht moet waarborgen dat iemand zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking tot bepaalde beroepsbeoefenaren kan wenden voor bijstand en advies.
Vervolgens gaat de rechter-commissaris in op het gebruik van ChatGPT. Volgens de beslissing slaat een extern AI-systeem als ChatGPT zowel ingevoerde als gegenereerde informatie op en kan die informatie bijvoorbeeld worden gebruikt voor het trainen van het AI-model.
Het invoeren van mogelijk verschoningsgerechtigde informatie in ChatGPT kan daarom volgens de rechter-commissaris worden beschouwd als openbaarmaking. Hetzelfde geldt voor het laten genereren van een tekst die voor een verschoningsgerechtigde is bestemd. Daardoor kan de vertrouwelijkheid worden doorbroken en kan de informatie haar verschoningsgerechtigde karakter verliezen.
ChatGPT-gesprekken vrijgegeven
De ChatGPT-gesprekken die tijdens de filtering aanvankelijk als mogelijk verschoningsgerechtigd waren aangemerkt, werden uiteindelijk niet als zodanig beschouwd. Andere gegevens die mogelijk wel onder het verschoningsrecht vielen, werden afgeschermd.
De geschoonde dataset mocht vervolgens aan het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie worden verstrekt. Daarbij stelde de rechter-commissaris voorwaarden aan de toegang. De gegevens mochten uitsluitend via onderzoeksplatform Hansken worden bekeken, toegang werd gelogd en slechts een beperkt aantal personen kreeg een autorisatie.
De beslissing betekent dat het gebruik van een extern AI-systeem bij het voorbereiden van communicatie met een advocaat gevolgen kan hebben voor de vertrouwelijkheid van die informatie. Het oordeel is afkomstig van een rechter-commissaris in een concrete strafzaak.





