De Raad voor de rechtspraak steunt een modernere aanpak van vertrouwelijke informatie in strafzaken, maar ziet op meerdere punten van de Tweede Aanvullingswet Sv nog onduidelijkheden en risico’s voor de rechtsbescherming.
De Raad voor de rechtspraak heeft advies uitgebracht over de Tweede Aanvullingswet Nieuw Wetboek van Strafvordering, die aanvullingen en wijzigingen doorvoert op de eerder aangenomen vaststellingswetten. Het advies gaat vooral in op vier thema’s: de omgang met het verschoningsrecht, de vertaling van de Europese uitspraken Prokuratuur en Landeck naar wetgeving, regelingen rond slachtoffers, en herstelrecht met mediation als onderdeel daarvan.
Filteren van vertrouwelijke gegevens
Volgens de Raad is aanpassing van de regels rond het verschoningsrecht hard nodig, omdat de huidige wetgeving niet is meegegroeid met de technologische ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Vooral bij grote fraudezaken loopt het opsporingsproces vast doordat het uitfilteren van vertrouwelijke gegevens zoveel tijd kost; het komt regelmatig voor dat het jarenlang duurt voordat verzamelde data beschikbaar komen voor het onderzoeksteam. De Raad kan zich vinden in het plan om deze filtertaak niet langer bij de rechter-commissaris, maar bij het Openbaar Ministerie neer te leggen, al blijven er vragen bestaan over de rechtswaarborgen die daarbij horen. Onduidelijk is bijvoorbeeld wanneer er voldoende aanleiding is om een filterprocedure te starten, en hoever een officier van justitie mag gaan bij het bekijken van materiaal. Om achteraf te kunnen controleren of dit proces zorgvuldig is verlopen, is het volgens de Raad noodzakelijk dat alle stappen tijdens het filteren nauwkeurig worden vastgelegd.
Europese rechtspraak in de wet
Dat de uitspraken in de zaken Prokuratuur en Landeck nu een wettelijke basis krijgen, noemt de Raad een goede ontwikkeling, omdat daarmee het gebruik van constructies buiten de wet overbodig wordt. Toch waarschuwt de Raad dat een rechterlijke machtiging voor toegang tot digitale gegevens hierdoor een erg brede strekking kan krijgen. Ook plaatst de Raad kritische kanttekeningen bij de voorgestelde verdenkingseisen, die er in bepaalde gevallen toe zouden kunnen leiden dat strafbare feiten onbestraft blijven.
Daarnaast doet de Raad aanbevelingen over de informatie die slachtoffers ontvangen, de rechten van benadeelde partijen bij hoger beroep en de manier waarop de motie Ellian/Sneller over versnelling van het strafproces is uitgewerkt. De conclusie is dat het wetsvoorstel op verschillende onderdelen nog aanpassing of verduidelijking behoeft. Lees hier het volledige advies.
Bron:
Advocatenblad
De Rechtspraak








