De advocatuur blijft populair onder rechtenstudenten, maar zorgen over de werk-privébalans en het gebrek aan purpose nemen toe. Sfeer, carrièreperspectief en ontwikkelmogelijkheden wegen ondertussen zwaar bij de keuze voor een kantoor.
De advocatuur blijft het favoriete startpunt voor rechtenstudenten. Uit de Legal Talent Survey 2026 van Legal Top Talent, een werving- en selectiebureau voor ‘excellente rechtenstudenten’, blijkt dat 84 procent van de 349 ondervraagde studenten een start in de advocatuur serieus overweegt. Vorig jaar was dat 87 procent. Een functie als corporate jurist volgt met 38 procent, terwijl 36 procent de rechterlijke macht overweegt.
Tegelijkertijd neemt de twijfel toe. Nog 21 procent zegt geen twijfels te hebben over een start in de advocatuur, tegenover 27 procent vorig jaar. De werk-privébalans blijft het grootste struikelblok: 57 procent noemt die als reden voor twijfel, tegen 53 procent in 2025. Ook het gebrek aan purpose wordt vaker genoemd: 29 procent, tegenover 23 procent vorig jaar.
Sfeer en carrièreperspectief
Sfeer en collega’s blijven de belangrijkste factoren bij de keuze voor een kantoor. Carrièreperspectieven staan dit jaar voor het eerst op de tweede plaats, vóór goede begeleidings- en opleidingsmogelijkheden. Bij de secundaire arbeidsvoorwaarden staat opleiding bovenaan. Eenmalige beloningen, zoals signing- en prestatiebonussen, wegen juist relatief weinig mee.
Grote Nederlandse kantoren blijven populair. Twee derde van de studenten geeft de voorkeur aan een groot Nederlands kantoor met vestigingen in het buitenland. Veertig procent heeft expliciet een voorkeur voor een Nederlands kantoor, terwijl elf procent voor een Angelsaksisch of internationaal kantoor kiest. Bijna de helft heeft geen uitgesproken voorkeur.
Grote Nederlandse kantoren bekend: De Brauw, Houthoff en Stibbe spannen de kroon
Ook qua naamsbekendheid hebben grote Nederlandse kantoren een sterke positie. De Brauw Blackstone Westbroek, Houthoff en Stibbe zijn goed bekend onder de onderzochte studenten. A&O Shearman en Baker McKenzie behoren tot de beter bekende internationale kantoren. Internationale kantoren zijn in algemene zin minder bekend onder de studenten dan hun grote Nederlandse concurrenten.
De persoonlijke kennismaking met een kantoor blijft belangrijk. Stages en werkstudentschappen worden als de meest relevante activiteiten gezien voor zowel de oriëntatie als de uiteindelijke keuze voor een werkgever. Online wervingsactiviteiten zijn volgens studenten minder effectief; webinars scoren daarbij het laagst. LinkedIn is daarentegen wel het belangrijkste online kanaal voor arbeidsmarktoriëntatie.
Balans kan doorslaggevend zijn
De wens om werk en privé in balans te houden betekent niet dat studenten vooral thuis willen werken. Twee derde werkt bij voorkeur één of twee dagdelen per week thuis, terwijl negentien procent helemaal niet wil thuiswerken. Slechts één procent wil meer dan de helft van de werkweek vanuit huis werken.
Die balans kan wel bepalend zijn voor hoelang jonge juristen bij hun eerste werkgever blijven. Bijna de helft verwacht daar vier tot zes jaar te werken. Tegelijkertijd zegt 58 procent waarschijnlijk eerder te vertrekken wanneer in de praktijk te veel van het privéleven moet worden opgegeven om het werk goed te doen. Die bereidheid is ten opzichte van vorig jaar opnieuw toegenomen.







