De NOvA wil de regels voor de organisatie van advocatenkantoren moderniseren en meer ruimte bieden voor samenwerking en externe financiering. Advocaten moeten binnen elk kantoor wel het laatste woord houden over hun beroepsuitoefening.
Op een symposium bij het ministerie van Justitie en Veiligheid over moderne praktijkstructuren presenteerden Else Loes Pasma en Frank Kroes, beiden lid van de algemene raad van de NOvA, een eerste schets van een nieuw stelsel. Het plan moet kantoren meer mogelijkheden geven om samen te werken, te innoveren en in beperkte mate extern kapitaal aan te trekken. Daartegenover staat dat de kernwaarden van de advocatuur aantoonbaar beschermd moeten blijven.
Volgens de NOvA passen de bestaande regels voor kantoorstructuren niet meer altijd bij hoe de rechtspraktijk zich ontwikkelt. Daarnaast spelen meerdere externe factoren mee, zoals het einde van het experiment met rechtsbijstandverzekeraars begin 2028, de Europese Halmer/Brak-uitspraak uit 2024, de proportionaliteitsrichtlijn en de recente rapporten van het WODC en de commissie-Winter. De Orde streeft naar heldere, toekomstbestendige regels die beter te handhaven zijn.
Advocaten gebundeld in één eenheid
In het nieuwe stelsel verdwijnt het onderscheid tussen de verschillende vormen waarin advocaten hun praktijk uitoefenen. Voor iedereen gaan dezelfde voorwaarden gelden, al verschilt de uitwerking daarvan per samenwerkingsvorm, bijvoorbeeld wat betreft toelating, registratie, governance en toezicht.
Een centrale rol is weggelegd voor de zogeheten staak: een aparte organisatorische eenheid waarin alle advocaten van een kantoor samen zijn ondergebracht. Deze eenheid beslist uiteindelijk over de manier waarop de praktijk wordt uitgeoefend, over het naleven van de kernwaarden en over de beroepsmatige besluitvorming. Zijn er aandeelhouders of financiers van buiten, dan mogen die geen daadwerkelijke invloed krijgen op het werk van de advocaten. Kantoren leggen de afspraken hierover vast in een samenwerkingsovereenkomst.
Een andere belangrijke wijziging is dat niet alleen de individuele advocaat, maar ook het kantoor zelf aanspreekbaar wordt op het naleven van de beroepsregels. Alle kantoren moeten zich registreren. Wie wil samenwerken met andere beroepsgroepen of externe financiering wil aantrekken, moet eerst een beoordeling door de NOvA doorlopen. Na goedkeuring volgt opname in een centraal register.
Stap voor stap naar een nieuw stelsel
Het toezicht gaat zich richten op zowel advocaten als kantoren en moet duidelijk maken wie feitelijk de zeggenschap heeft en welke rol financiers spelen. De NOvA benadrukt dat de onafhankelijke toezichthouder advocatuur (OTA) daarvoor zo snel mogelijk moet worden opgericht.
De invoering gebeurt gefaseerd. In de eerste fase worden de waarborgen voor samenwerking, financiering en governance uitgewerkt, inclusief de scheiding tussen eigendom en zeggenschap, en wordt het plan getoetst aan het mededingingsrecht en het Europese recht. Daarna volgen de inrichting van de aanmeldprocedure en het register, de verankering in regelgeving en de afstemming met de OTA. Tot slot wordt het stelsel in de praktijk geëvalueerd en waar nodig aangepast.
Bron:
NOvA
Advocatenblad








