Een onafhankelijke commissie pleit voor een grondige hervorming van het toezicht op de advocatuur. Kern: grote kantoren krijgen een externe toezichthouder én verplicht intern toezicht. Wat staat advocaten te wachten?
De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ontving in mei 2026 een stevig rapport van de Commissie Kernwaarden Advocatuur en Alternatieve Organisatie Structuren, onder leiding van prof. Jaap Winter. De commissie trekt een heldere conclusie: het huidige stelsel om de kernwaarden van de advocatuur te beschermen schiet tekort — ook bij traditionele kantoren. De oplossing ligt in een nieuw, vierdelig toezichtstelsel.
Wat is er mis met het huidige toezicht?
Het proactieve toezicht door lokale dekens wordt in de praktijk nauwelijks ervaren, en verschilt sterk per arrondissement. Het klacht- en tuchtrecht werkt bovendien alleen reactief: er moet eerst iets misgaan voordat er wordt ingegrepen. Dat is onvoldoende, oordeelt de commissie, zeker bij grote kantoren. Naarmate een kantoor groter wordt, is de individuele advocaat meer afhankelijk van de kantooromgeving — en juist daar kunnen financiële doelstellingen druk zetten op de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid en integriteit.
Een tweede knelpunt: het toezicht richt zich uitsluitend op de individuele advocaat, niet op het kantoor als organisatie. Terwijl een kantoor met honderden advocaten en strakke omzetdoelstellingen een heel andere context schept dan een eenmanskantoor.
Het nieuwe stelsel: vier bouwstenen
De commissie stelt een basisstelsel voor dat bestaat uit vier elementen:
1. Modernisering van het klacht- en tuchtrecht Het klachtrecht moet worden gestroomlijnd, onder meer door betere triage tussen tuchtrechtelijke en niet-tuchtrechtelijke klachten. De persoonlijke verantwoordelijkheid van de advocaat blijft het uitgangspunt.
2. Proactief toezicht door de OTA De nog op te richten Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur (OTA) neemt het proactieve toezicht op individuele advocaten over van de dekens. De OTA krijgt bevoegdheden om informatie te vergaren en sancties op te leggen. Cruciaal: het toezicht moet principe-gebaseerd zijn en geen papieren compliance-exercitie worden.
3. Extern kantoortoezicht voor grote kantoren Kantoren met 33 of meer advocaten worden vergunning- of erkenningsplichtig bij de OTA. Aan hen worden eisen gesteld aan de wijze waarop kernwaarden zijn geborgd in de bedrijfsvoering. Denk aan: kwaliteitssystemen, evenwichtig beloningsbeleid en een cultuur die toepassing van de kernwaarden ondersteunt. Bestuurders — ook niet-advocaten — worden getoetst op geschiktheid en betrouwbaarheid.
4. Verplicht intern toezicht: raad van commissarissen Het meest ingrijpende voorstel: grote kantoren moeten een onafhankelijke raad van commissarissen instellen, of een one-tier board met een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders. Alle drie leden moeten onafhankelijk zijn van het bestuur én van de aandeelhouders. Hun specifieke taak: toezicht houden op de beheerste en integere bedrijfsvoering die de toepassing van kernwaarden waarborgt.
De commissie haalt hierbij de ervaringen in de accountancy aan als vergelijkingspunt. De AFM constateerde in 2021 positieve effecten van raden van commissarissen bij OOB-accountantskantoren op kwaliteitscultuur en governance. De commissie verwacht vergelijkbare voordelen voor de advocatuur.
Gefaseerde invoering
De commissie adviseert een gefaseerde aanpak. Kantoortoezicht zou eerst kunnen gelden voor kantoren met 65 of meer advocaten (21 kantoren, circa 3.000 advocaten), en pas later voor de groep van 33–64 advocaten (42 kantoren, circa 1.900 advocaten). Dit geeft de OTA de kans om kennis, expertise en gezag op te bouwen voordat het toezicht breder wordt uitgerold.
Wat betekent dit voor uw kantoor?
Voor advocaten bij kleine en middelgrote kantoren (onder de 33-grens) verandert er vooralsnog het minst: de komst van de OTA en modernisering van het tuchtrecht raken iedereen, maar het zwaardere kantoortoezicht blijft buiten bereik. Voor grote kantoren liggen de veranderingen ingrijpender: governance moet worden geprofessionaliseerd, bestuurders worden gescreend, en een nieuwe laag van intern toezicht wordt verplicht.
De commissie benadrukt daarbij uitdrukkelijk dat meer toezicht niet hetzelfde is als betere beroepsuitoefening. Het risico van regulatory crowding out — waarbij het naleven van regels de persoonlijke motivatie om te excelleren verdringt — is reëel. Het nieuwe stelsel moet juist de professionele verantwoordelijkheid van de advocaat versterken, niet vervangen.
Het rapport is nu bij de NOvA en vormt de basis voor besluitvorming over aanpassing van de regelgeving rondom alternatieve organisatiestructuren.







