Migranten zonder verblijfsrecht in Nederland vormen een diversere groep dan schattingen doen vermoeden, met meer vrouwen, gezinnen en minderjarigen. Onderzoek in opdracht van het WODC laat zien dat zij op papier meer rechten hebben dan zij in de praktijk kunnen realiseren.
De Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit Rotterdam hebben op verzoek van het WODC onderzoek gedaan naar diversiteit binnen de groep migranten zonder verblijfsrecht. Het doel was onderbelichte aspecten, zorgen en behoeften in kaart te brengen, zodat gerichter beleid mogelijk wordt. Naast een literatuurstudie en twintig interviews met experts zijn casestudies uitgevoerd onder Surinaamse vrouwen en gezinnen met kinderen zonder verblijfsrecht.
Het aantal migranten zonder verblijfsrecht wordt geschat op 16.955 tot 23.175 personen. Jonge mannen uit Albanië, Algerije en Marokko die asiel hebben aangevraagd zijn daarin sterk vertegenwoordigd. De schattingen zijn echter gebaseerd op politiegegevens, waardoor migranten die buiten het zicht van politie en justitie blijven onderbelicht zijn. Migranten zonder asielverleden, zoals arbeidsmigranten en mensen die hun visum hebben overschreden, komen vaak pas in beeld als ze niet meer zelfredzaam zijn. Experts vragen daarnaast aandacht voor oudere migranten, gezinnen, vrouwen en migranten uit landen waarmee Nederland een koloniaal verleden heeft.
Rechten moeilijk te verzilveren
Migranten zonder verblijfsrecht mogen of kunnen niet werken, hebben geen recht op verzekeringen of uitkeringen en hebben alleen recht op medisch noodzakelijke zorg. De rechten die zij wel hebben, zijn in de praktijk moeilijk te verzilveren. Door het risico op uitzetting bij contact met overheidsinstanties en een gebrek aan informatievoorziening is het lastig om bijvoorbeeld onterecht ingehouden loon terug te vorderen of aangifte te doen van uitbuiting. Ook maken niet alle artsen gebruik van de regeling om kosten van onverzekerde patiënten vergoed te krijgen.
Surinaamse vrouwen beschikken vaak over een sterk sociaal netwerk, maar dat raakt snel uitgeput omdat zij geen wederdienst kunnen bieden. De afhankelijkheid leidt tot mentale problemen en kan uitbuiting in de hand werken. Gezinnen proberen uit het zicht van instanties te blijven en wonen veelal in gedeelde huisvesting onder slechte omstandigheden. Kinderen gaan naar school, maar kunnen vaak geen stage lopen omdat zij geen aansprakelijkheidsverzekering kunnen afsluiten. Het belang van het kind wordt ondergeschikt gemaakt aan de juridische status van de ouders.
Terugkeerbeleid en regularisering
Sinds de invoering van de Koppelingswet is het beleid erop gericht onrechtmatig verblijf zo moeilijk mogelijk te maken. Onderzoek laat echter zien dat beleid slechts een beperkte rol speelt bij de beslissing om terug te keren, mede omdat Nederland afhankelijk is van herkomstlanden. De nadruk op terugkeer leidt wel tot minder aandacht voor de zorgtaak van de Rijksoverheid jegens mensen die niet uitzetbaar zijn.
Er zijn steeds meer manieren om verblijfsrecht te verliezen, maar nauwelijks mogelijkheden om verblijf te regulariseren. In landen als Spanje en Duitsland bestaan wel regulariseringsregelingen. De onderzoekers stellen voor te onderzoeken of een soortgelijke aanpak in Nederland kan bijdragen aan een duurzame oplossing. Regularisering zou volgens hen niet alleen op economische gronden mogelijk moeten zijn, maar ook op basis van sociale en culturele integratie, waarbij het concept van postkoloniaal burgerschap een aanvullende norm kan bieden.








