Sinds 2 november staat Maarten Kroeze aan het hoofd van de Hoge Raad, als opvolger van Dineke de Groot. In zijn eerste rede als president staat hij stil bij de betekenis van de rechtsstaat en het vertrouwen van burgers in de rechtspraak.
Na zes jaar als president is De Groot per 1 november teruggekeerd naar haar werk in de civiele kamer van de Hoge Raad. Kroeze werd tijdens een buitengewone zitting in zijn nieuwe functie beëdigd, waarna hij zijn installatierede uitsprak.
Een kunst van balans
In zijn rede noemt hij het recht de kunst om het goede en het redelijke te doen. Volgens Kroeze vat dit de kern van het recht samen. Rechtvaardigheid moet in concrete gevallen in evenwicht worden gebracht. Rechters zoeken daarbij, binnen de kaders van de wet, naar werkbare uitkomsten die de samenleving kan accepteren, die niet willekeurig zijn en die in verhouding staan tot de zaak. Een jurist is in die zin een balanskunstenaar, die de wet beschouwt als een zorgvuldig vervaardigd werkstuk waarin een maatschappelijke discussie voorlopig is afgerond.
Daarna nam Kroeze het publiek mee in een analyse van de Hoge Raad, op de manier waarop een kunsthistoricus een schilderij bestudeert. De Hoge Raad stelt zelf geen feiten vast, maar beoordeelt of lagere rechters het recht goed hebben toegepast. Toch komt het regelmatig voor dat de Hoge Raad het laatste woord heeft over vragen die nog nooit eerder zijn beantwoord. Daarmee helpt hij het recht verder te ontwikkelen, naast zijn taken om individuele burgers te beschermen en ervoor te zorgen dat het recht overal op dezelfde manier wordt toegepast. Dat laatste vindt Kroeze wezenlijk: wie in dezelfde situatie verkeert als een ander, mag van de rechter dezelfde behandeling verwachten.
Vertrouwen staat onder druk
Nederland scoort als rechtsstaat relatief goed, maar ook hier neemt het vertrouwen af en wordt het voor burgers moeilijker om hun recht te halen. Kroeze wil zich als president volledig inzetten om het belang van de rechtsstaat en een toegankelijke rechtspraak uit te dragen, waarbij hij de onafhankelijkheid van de rechter vooropstelt. Hij wil de Hoge Raad bovendien laagdrempelig en open houden, met begrijpelijk taalgebruik in de uitspraken.
Daarbij moet volgens Kroeze steeds de vraag zijn wat iets betekent voor degene die bij de rechter aanklopt. Hoe de rechtspraak met burgers omgaat, heeft directe invloed op hun vertrouwen. Voor de Hoge Raad is een zaak er één van duizenden, maar voor de betrokkenen is het vaak een van de zwaarste periodes uit hun leven.
Ook kunstmatige intelligentie kwam aan bod. Rechtspreken moet mensenwerk blijven, al kan AI bij bepaalde taken mogelijk ondersteuning bieden. De Hoge Raad wil op dit nieuwe terrein geen koploper zijn, maar voorzichtig te werk gaan en daarbij optrekken met of leren van andere rechterlijke instanties in Nederland en daarbuiten.











