Tweede Kamer-hoorzitting gefinancierde rechtsbijstand: ‘Er moet echt geld bij’

Er zijn manieren genoeg om het krakende gefinancierde rechtsbijstandsysteem te verstevigen, maar daar is onvermijdelijk meer geld voor nodig. Die boodschap kreeg een zestal Tweede Kamer-leden van VVD, CDA, D66, PvdA, GroenLinks en SP donderdag mee tijdens een hoorzitting van de Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid. Of zoals advocaat Reinier Feiner zei: “De rek is er uit.” Komende donderdag 1 februari vindt er in de Tweede Kamer een debat plaats over de rechtsbijstand, met daarvoor een demonstratie van advocaten in toga.

Door Joris Rietbroek

Vertegenwoordigers van onder meer de Orde van Advocaten (NOvA), de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) en de Raad voor Rechtsbijstand waren afgelopen donderdag uitgenodigd in Den Haag om hun visie op vernieuwing van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand te delen met de Tweede Kamercommissie. Ook waren er vertegenwoordigers vanuit ‘innovatie en wetenschap’ aanwezig, waaronder het Centrum voor Juridisch Ondernemerschap en Innovatie van de Universiteit Leiden en UvA-hoogleraar sociale rechtshulp Mies Westerveld. 

GroenLinks, PvdA en SP hadden het initiatief genomen tot de hoorzitting, nadat minister Dekker (Justitie en Veiligheid) te kennen had gegeven geen extra geld te willen steken in het stelsel, ook al was dit afgelopen najaar nadrukkelijk aanbevolen door de commissie Van der Meer. Na afloop van de hoorzitting nam Tweede Kamer-lid voor de SP Michiel van Nispen het initiatief tot een Tweede Kamer-debat over het rapport van de commissie Van der Meer, dat komende donderdag plaatsvindt. Onder meer de NOvA, de Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten (NVSA) en de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) roepen advocaten op om 12.30 uur in toga te komen demonstreren tegen verdere bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand, aan de Hofplaats bij het Tweede Kamer-gebouw. De VSAN heeft 'de protestborden al klaar'.  

'Betaald op MBO-niveau'
De voorzitter van de commissie Van der Meer, rechter Herman van der Meer, mocht zelf het spits afbijten tijdens de door tientallen advocaten bezochte hoorzitting van eind vorige week. Hij lichtte de belangrijkste aanbevelingen uit zijn rapport nog eens toe. “De overheid stelt procesvertegenwoordiging verplicht, legt tarieven voor advocaten vast en regelt de toegang tot het recht, maar als dit op een dag leidt tot een niet langer passend inkomen voor advocaten, dan wordt het opeens stil,” zo wijst Van der Meer de overheid op haar verantwoordelijkheid.  “De overheid laat juristen werk doen op academisch niveau, maar zij krijgen betaald op MBO-niveau.”

Hij pleit verder voor uitbreiding van het bereik van het stelsel naar hogere inkomens, zodat 60% tot 65% van de Nederlanders een beroep kan doen op gefinancierde rechtsbijstand door een advocaat (tegenover 40% nu). Hiervoor zouden de bemiddelder rechtszoekenden een eigen bijdrage van 105 euro per uur betalen. “Dat is kostendekkend, het kost de staat niets extra’s,” zegt Van der Meer. “Als raadsheer bij het gerechtshof zie ik nu te vaak ontslagzaken waarbij de werknemer weliswaar wint, maar dan is hij al duizenden euro’s kwijt.”

Er is voor de overheid echter een omvangrijker taak weggelegd dan enkel stelselvernieuwing en hogere beloningen voor advocaten. Zo wordt door het kabinet ontworpen wetgeving alleen maar complexer, wat tot meer procedures leidt. Van der Meer: “Alleen al de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning leidde tot zo’n 5.000 procedures tegen de overheid. Veelal verloren door diezelfde overheid.”

Stakingsdreiging
Vanuit de NOvA luidt Algemene Raad-lid Bernard de Leest de noodklok richting de Tweede Kamerleden. “Veel kantoren die op toevoegingsbasis werken, worden kleiner, stellen investeringen uit en nemen geen nieuwe stagiaires meer aan. Het probleem wordt alsmaar groter, en de rechtzoekende is daarvan uiteindelijk de dupe. Er moeten juist meer mensen opgeleid worden, dus moet er geld bij, anders gaat het gewoon niet lukken.”

Om sociale advocaten enigszins te ontlasten, is het volgens Ernst Radius van het platform Sociaal Werk Nederland noodzakelijk dat juridische problemen ook vanuit een sociaal-maatschappelijke invalshoek worden aangepakt. “Zo kunnen sociale werkers net zo goed de inkomens van cliënten analyseren, dat hoeft een jurist niet te doen,” zegt hij. Daarbij zijn juridische problemen in de praktijk niet altijd even juridisch en zouden ze door gemeenten opgelost kunnen worden. Radius: “Mensen gaan naar een advocaat omdat ze hun huis uit moeten, maar daar zit dan meestal een groter sociaal probleem achter. Het is daarom belangrijk de juridische lijn te koppelen aan het sociale domein.”

Advocaat Reinier Feiner stelt zich namens de VSAN scherper op, onderstrepend dat sociale advocaten nog steeds tegen tarieven van voor de economische crisis werken. “Ik zei jaren terug al: ‘Ik rijd een Peugeot 206, maar wel met verchroomde uitlaat’”. Die grap maakt hij anno 2018 nog steeds, maar alle gekheid op een stokje: als de beloning voor advocaten niet omhoog gaat, voorziet Feiner een nieuwe advocatenstaking. “De rek is er echt uit, op gegeven moment is het klaar. Dan zullen het OM en de rechtbank dagenlang amper advocaten in de rechtszaal zien.” 

NOvA: geen rol voor Zuidas-kantoren
Intussen constateert CDA-Tweede Kamer-lid Chris van Dam dat bij Zuidas-kantoren ‘het geld door de gangen klotst’ en dat het binnen de sociale advocatuur blijkbaar sappelen is. Hij ziet dan ook een helpende hand weggelegd voor de topadvocatuur – ‘hoe zit het met solidariteit binnen de advocatuur?’ –, maar hier wil de NOvA niet veel van weten, zegt De Leest. “Advocaten die veel geld verdienen kunnen misschien wel iets voor ons betekenen, maar de gesubsidieerde rechtsbijstand is nu eenmaal een verantwoordelijkheid van de staat. Het is niet de taak van Zuidas-kantoren om de kleine, sappelende kantoortjes te ondersteunen. Je vraagt in het ziekenhuis ook niet aan specialisten om fysiotherapeuten bij te plussen.”

Ook UvA-hoogleraar Mies Westerveld haakt in op de regelzucht van de overheid. Zo ergert het haar dat de gang naar de rechter bij bijvoorbeeld een echtscheiding weer verplicht is. Juist het familierecht is volgens haar gebaat bij een grotere inzet van digitale innovaties. Daarnaast pleit zij tot slot nog voor een ‘zuiverder discussie’ over de herziening van het stelsel, wel met de opmerking dat ‘geld erbij onontkoombaar is’. “Maar let wel: ruim 30% van het budget waar we het over hebben, gaat naar strafzaken. Moet dit budget in het kader van efficiencywinst niet worden ondergebracht in de strafrechtketen? We hebben het hier wel over armlastige, rechtzoekende burgers, maar een derde van het budget gaat kortom al niet naar hen.”

Update 29/1: dit artikel is uitgebreid met de aankondiging van het Tweede Kamer-debat op 1 februari en de oproep tot demonstratie door de advocatenverenigingen.

    | Mail de redactie | Print