Advocatenkantoor Knoops heeft het consumentenrecht geschonden door een cliënt vooraf onvoldoende te informeren over de te verwachten kosten van rechtsbijstand. De rechtbank Amsterdam veroordeelde het kantoor tot terugbetaling van ruim 95.000 euro.
De zaak draait om een man die van 2022 tot 2024 werd bijgestaan door Knoops Advocaten in een strafzaak wegens seksueel misbruik. De man werd in 2023 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en betaalde in totaal ruim 160.000 euro aan het advocatenkantoor van het bekende echtpaar Geert-Jan en Carry Knoops. Hij dagvaardde het kantoor en eiste terugbetaling, onder meer omdat hij stelde dat er bovenmatig was gedeclareerd en een verkeerde processtrategie was gevoerd.
Oneerlijk kostenbeding
De rechtbank oordeelde op 8 april dat Knoops Advocaten een oneerlijk kostenbeding hanteerde, wat in strijd is met het consumentenrecht. De ex-cliënt werd door het kantoor onvoldoende voorgelicht over wat de rechtsbijstand zou gaan kosten en kon daardoor geen goede inschatting maken van het totaalbedrag. Hij kende slechts het uurtarief van de advocaten — variërend tussen 250 en 650 euro — en wist dat hij een voorschot moest betalen van ruim 65.000 euro. Een verwachting van het aantal benodigde uren werd niet gegeven.
Nu sprake is van een oneerlijk kostenbeding, komt de overeenkomst die het kantoor met de man had gesloten te vervallen. Het voorschot hoeft niet te worden terugbetaald, omdat beide partijen ervan uitgingen dat de cliënt dat bedrag kwijt zou zijn. De overige declaraties van ruim 70.000 euro moeten wel worden terugbetaald. Daarnaast komen de overeenkomsten voor het inschakelen van deskundigen geheel te vervallen, omdat partijen bij het sluiten daarvan helemaal niet hebben gesproken over de hoogte van de kosten. Die kosten van bijna 25.000 euro komen daarmee ook voor rekening van het kantoor. In totaal moet Knoops Advocaten 95.453,50 euro terugbetalen, vermeerderd met ruim 8.000 euro aan proceskosten.
Beroepsfouten, maar geen schadevergoeding
De rechter stelde daarnaast vast dat het kantoor twee beroepsfouten heeft gemaakt: er werden geen maandelijkse urenspecificaties verstrekt, terwijl dat wel was afgesproken, en andere medewerkers dan overeengekomen werkten aan het strafdossier. Zo zou een groot deel van het werk zijn uitgevoerd door een kort daarvoor beëdigde advocaat-stagiair, terwijl de cliënt ervan uitging dat Geert-Jan Knoops zelf de leidende advocaat zou zijn. Voor deze beroepsfouten hoeft het kantoor echter geen extra schadevergoeding te betalen.
Naast deze civiele procedure loopt er nog een tuchtklacht tegen de advocaten, ingediend op 17 januari 2025. De Raad van Discipline doet hierover uitspraak op 1 juni 2026.




