Stichting Japanse Ereschulden heeft een klacht ingediend bij de Nationale ombudsman over de handelwijze van het ministerie van VWS. Volgens de stichting laat het ministerie slachtoffers van de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië en hun nabestaanden te lang wachten op erkenning en passend herstel.
In een persbericht vermeldt de Stichting Japanse Ereschulden (JES) dat zij in de week van 4 en 5 mei een klacht heeft ingediend bij de Nationale ombudsman over het handelen van de bewindspersonen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De stichting behartigt de belangen van Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben geleden onder de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië, en van hun nazaten.
Volgens JES hebben de slachtoffers naast immaterieel leed ook zware materiële schade geleden. Burgers werden tijdens de bezetting opgesloten in kampen, gemarteld, uitgehongerd en gedwongen tot arbeid. Ook werden huizen, dorpen en bezittingen vernietigd of in beslag genomen. De stichting stelt dat deze groep bij aankomst in Nederland berooid was en nooit vergoeding heeft gekregen voor de geleden schade.
Ongelijke behandeling
De stichting wijst daarbij op een vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 juni 2022. Daarin oordeelde de rechtbank volgens JES dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door teruggekeerde slachtoffers van de Japanse bezetter ongelijk te behandelen ten opzichte van slachtoffers van de Duitse bezetting in Nederland bij de vergoeding van oorlogsschade. De vorderingen konden volgens de stichting niet worden toegewezen vanwege verjaring, maar het oordeel onderstreept volgens JES wel dat de Staat een ereschuld heeft tegenover de slachtoffers.
Na het vonnis probeerde Stichting JES met VWS in overleg te treden over individuele erkenning en compensatie. Volgens de stichting leidde dat tot gebrekkige communicatie en non-responsiviteit. Zo zou het ministerie op een brief uit mei 2024, ondanks herhaalde herinneringen en een toezegging dat spoedig zou worden gereageerd, meer dan anderhalf jaar niet hebben gereageerd.
Verzoek om voortvarend onderzoek
JES stelt daarnaast dat het ministerie iedere vorm van individuele financiële compensatie weigert. Volgens de stichting kan de gestelde ongelijke behandeling niet worden weggenomen met uitsluitend collectieve vormen van erkenning.
De stichting vraagt de Nationale ombudsman daarom onderzoek te doen en te oordelen dat VWS onbehoorlijk heeft gehandeld, zowel in de communicatie als bij de weigering compensatie toe te kennen. Ook verzoekt JES om een aanbeveling tot passend herstel. Vanwege de hoge leeftijd van de betrokkenen vraagt de stichting om een voortvarende behandeling van de klacht.






