Het Openbaar Ministerie heeft vier jaar cel geëist tegen een voormalige administratief medewerker van de rechtbank Amsterdam die persoonsgegevens uit rechtbanksystemen doorverkocht aan criminelen. De vrouw perste daarnaast een man gedurende twee jaar af voor bijna een ton.
De zaak kwam aan het licht in de zomer van 2024, toen bij een doorzoeking van een woning in het kader van een ander strafrechtelijk onderzoek een envelop werd gevonden met het logo van de rechtbank Amsterdam. Daarin zaten persoonsgegevens van zes personen. Nader onderzoek door de Rijksrecherche wees uit dat de 35-jarige Sana C., die via een uitzendbureau als administratief medewerker bij de rechtbank werkzaam was, de gegevens had opgezocht en uitgeprint. Bij haar aanhouding in maart 2025 werden in haar woning en auto nog meer uitdraaien aangetroffen. Ook haar telefoons bevatten bewijs voor de onrechtmatige bevragingen en de overdracht van gegevens tegen betaling.
C. heeft erkend dat zij de gegevens heeft opgezocht, maar stelt niet te hebben geweten waarvoor ze zouden worden gebruikt. Ze werd in contact gebracht met een crimineel via een nicht en ontving per levering bedragen tussen de 500 en 750 euro. Haar drijfveer was een gokverslaving waarvoor ze geld nodig had. De afnemer van de gegevens wordt door het OM gezien als opdrachtgever van meerdere aanslagen bij woningen, waaronder explosies en brandstichtingen. Volgens een analyse van de Rijksrecherche speelde C. in negen van die zaken gegevens door. Omdat onvoldoende bewijs bestaat dat zij wist waarvoor de informatie werd gebruikt, wordt zij niet vervolgd voor medeplichtigheid aan de aanslagen.
Jarenlange afpersing
Naast het doorverkopen van gegevens heeft C. ook een man uit haar eigen omgeving onder druk gezet. Na het raadplegen van gegevens over hem en zijn gezin in de rechtbanksystemen, stuurde zij hem gedurende twee jaar duizenden berichten met ernstige bedreigingen, waarbij zij zijn kinderen bij naam noemde. De man maakte in totaal 270 keer geld over, oplopend tot bijna 100.000 euro. Hij heeft dit bedrag teruggeëist.
Het OM stelt dat C. het vertrouwen in de rechtspraak heeft ondermijnd. Integriteit is geen wenselijke eigenschap maar een fundamentele vereiste voor iedereen die bij de rechtbank werkt, aldus de officier van justitie. Naast de gevangenisstraf van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, eist het OM een beroepsverbod van zeven jaar, een meldplicht bij de reclassering en medewerking aan behandeling. De rechtbank doet op 27 mei uitspraak.








