Hoog tijd om het anachronisme ‘raadsheer’ af te schaffen.
Op 27 juni las ik een blog van Feike Otto van der Zee waarin hij zich verzet tegen de pilot van het Amsterdamse Hof om het bordje ‘Raadsheer’ te vervangen door ‘rechter in hoger beroep’. Een pilot die rechter Sannah Hübel verwelkomt als helder, inclusief en genderneutraal. Ik ben het met haar eens: voor burgers die hun recht zoeken, is direct duidelijk welke voor hen belangrijke functionaris tegenover hen zit en vrouwelijke rechters hoeven niet meer plaats te nemen achter een bordje met het potsierlijke woorddeel –heer erop.
Ik wil hier reageren op de manier waarop het betoog een weliswaar helder standpunt (de pilot is niet oké en ‘raadsheer’ moet blijven) onderbouwt. Je zou dan verwachten dat Van de Zee de argumenten vóór de pilot aanvalt en zelf steekhoudende argumenten ertégen aanvoert. Dat gebeurt niet: de proargumenten helder, inclusief en genderneutraal blijven onaangetast. In zo’n geval moeten je eigen argumenten wel zo sterk zijn dat ze deze voordelen overstemmen.
Laten we ze even langslopen.
Ten eerste noemt hij het opmerkelijk om een historische titel te vervangen door een functionele. Ik moest dat even op me laten inwerken … functioneel is toch juist een pré bij functietitels? Raadsheer was vast ook een functionele, kloppende titel, ooit.
Ten tweede voelt het volgens hem als een eufemisme om ‘heer’ te vermijden. Vreemde verdachtmaking, want genderneutraal is precies een van de voordelen die Hübel noemt. Het is bovendien een evidence based reden: sociolinguïstisch onderzoek toont dat vrouwen minder reageren op vacatures met mannelijke aanduiding, wat voor het expliciete woorddeel –heer’ nog sterker zal gelden.
Een triangel van drogredenen
Ten derde: “Alsof een taalwijziging ook maar één zaak sneller oplost, één vonnis begrijpelijker maakt of één slachtoffer beter beschermt.” Ja, taalwijzigingen maken vonnissen wel degelijk begrijpelijker; zie o.a. het proefschrift van collega-teksttrainer en klaretaalbepleiter Geerke van der Bruggen. Maar los daarvan is dit een triangel van drogredenen: een stropop omdat niemand beweert dat deze naamswijziging zaken sneller of beter oplost; een whataboutisme omdat de kerntaak van de rechtspraak los staat van het doel van deze pilot, en een vals dilemma: waarom niet én-én? Een instituut kan naast zijn kerntaak natuurlijk ook inclusiviteit en goed werkgeverschap nastreven. Dit bezwaar zou je tegen elke wijziging in huisstijl, personeelsbeleid of bijvoorbeeld een nieuwe vegan optie in de bedrijfskantine kunnen inzetten. Een zwak verweer.
Vierde argument: “Dergelijke halfslachtige aanpassingen leiden vooral tot inconsistentie […] Burgers zien ‘rechter in hoger beroep’, terwijl de rechter formeel nog raadsheer heet en arresten zo ondertekend worden.” Maar burgers zien nu een vrouw achter een bordje dat op “-heer’ eindigt: is dat dan wel consistent? Bovendien: kennelijk mag een verandering pas als hij meteen ook formeel geregeld is, anders is die halfslachtig. Dat is de Nirvanadrogreden: als iets niet (meteen) volmaakt is, is het slecht. Pilots zijn altijd bedoeld als de eerste test-stappen op weg naar iets mooiers.
Vijfde: “Is betere communicatie niet logischer dan een omslachtige nieuwe benaming?” Ik vind dat vreemd: deze ‘betere’ communicatie houdt in dat rechters en advocaten steeds weer opnieuw moeten uitleggen dat deze heer-rechter inderdaad een vrouw kan zijn, en ja ook heel raar: dat raadsvrouw een advocaat is. En inderdaad, dat raads- eerder aan een advocaat doet denken, net als counselor uit rechtbankseries. Mij lijkt dat heel wat omslachtiger dan simpel het woord te vernieuwen.
Tot slot vreest hij dat meedoen met een taalmode de continuïteit van instituties zal verzwakken. Een fraaie hellendvlakredenering.
Wat rest is een slechts een beroep op traditie
Al met al blijft er niets dan drogredenen over van het antibordjesbetoog. De belangrijkste, nergens expliciet genoemd: Van der Zee wil raadsheer behouden omdat het al zo lang bestaat. De traditiedrogreden (ad antiquitatem), zichtbaar in termen als ‘historische ambtstitel’ en ‘organisch gegroeid’. Dat laatste is trouwens weer een andere drogreden: appeal to nature: natuurlijk is goed.*
Tradities kunnen mooi en verbindend zijn, maar hebben soms ook nadelen, zoals hierboven blijkt. De vraag die je bij elke traditie moet stellen: zouden we de traditie, als die nog niet bestond, nu willen invoeren? Zouden we alle rechters in hoger beroep dan voortaan raadsheer gaan noemen? Nee, we zouden zo’n voorstel als ridicuul weglachen.
Nog een laatste opmerking, dit keer een grappige inconsistentie onder het kopje “Taal is geen neutraal instrument”. Daar schrijft hij: “Niet de naam op de deur telt…”. Taal doet er dus toe, maar ook weer niet? Hoe dan?
Overigens ben ik het met dat kopje wel volmondig eens: taal is inderdaad geen neutraal instrument. Hoog tijd dus om het anachronisme “raadsheer” af te schaffen.
* PS1: Ik zou deze naturalistische drogreden kunnen weerleggen door hem om te draaien: in de natuur maken organisch gegroeide bomen ook plaats voor jongere bomen; de natuur past zich wel voortdurend aan. Maar dan bega ik dezelfde drogreden, dus dat laat ik.
PS2: voor liefhebbers van #drogredenen verwijs ik naar een drogblog op mijn website drogredenen.nl en hier ontleed ik het betoog van Van der Zee zin voor zin.





