Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de Miljoenennota en Rijksbegroting voor 2027. Welke plannen zijn relevant voor de advocatuur en het notariaat? Advocatie zet de belangrijkste aandachtspunten op een rij.
Extra geld voor sociale advocatuur
Vanaf 2027 trekt het kabinet structureel 10 miljoen euro per jaar extra uit voor het behoud van de sociale advocatuur. Dat komt bovenop eerder genomen maatregelen voor de gefinancierde rechtsbijstand.
De investering volgt tegen de achtergrond van een tekort aan sociaal advocaten. Volgens de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) zijn de tekorten vooral zichtbaar binnen het personen- en familierecht, sociaal zekerheidsrecht en huurrecht. De NOvA noemt de extra 10 miljoen euro een begin, maar pleit voor aanvullende maatregelen om onder meer de instroom te vergroten en bestaande sociaal advocaten te behouden.
Griffierechten omlaag, behalve bij hoge vorderingen
Ook de kosten van procederen worden aangepakt. Het kabinet stelt structureel 45 miljoen euro extra beschikbaar voor het verlagen van de griffierechten en het versterken van de sociale advocatuur.
De griffierechten worden in het algemeen verlaagd. Voor grote vorderingen kiest het kabinet echter voor een verhoging. Vanaf 2027 moet deze maatregel structureel 35 miljoen euro extra opleveren. Hiervoor is een wetswijziging nodig.
Civiel procederen eenvoudiger en digitaler
Het kabinet wil daarnaast het civiele procesrecht toegankelijker maken. In 2027 wordt onderzocht waar rechtzoekenden tegen complexiteit aanlopen en welke verbeteringen mogelijk zijn.
Tegelijkertijd wordt digitaal procederen in civiele zaken waar mogelijk verder gefaciliteerd. Ook werkt Nederland aan de implementatie van vernieuwde Europese regels voor buitengerechtelijke geschilbeslechting bij consumentenzaken.
Overdrachtsbelasting naar 7 procent
Voor vastgoedadvocaten en het notariaat bevat het Belastingplan 2027 een concrete wijziging. Het kabinet wil de overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen per 1 januari 2027 verlagen van 8 naar 7 procent. Het gaat bijvoorbeeld om woningen voor de verhuur, vakantiewoningen en woningen die voor een kind worden gekocht.
Voor bepaalde transacties tussen woningcorporaties gaat een vrijstelling gelden. Woningcorporaties hoeven vanaf 2027 geen overdrachtsbelasting meer te betalen wanneer zij sociale huurwoningen aan een andere woningcorporatie overdragen.






