Een advocate uit Limburg is berispt door de Raad van Discipline omdat zij in twee huurzaken niet-bestaande en onjuiste rechtspraak overnam uit een AI-tool. Ook liet zij cliënten zonder haar bijstand naar de zitting gaan.
De Raad van Discipline ‘s-Hertogenbosch heeft een advocate berispt na een dekenbezwaar van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg. De zaak kwam aan het licht nadat de deken van de rechtbank Oost-Brabant eind 2025 een signaal ontving over onzorgvuldig AI-gebruik door de advocate in een huurzaak.
Verzonnen ECLI-nummers
In de conclusie van antwoord die de advocate namens haar cliënt M indiende in een geschil met diens verhuurder, stonden verwijzingen naar acht rechterlijke uitspraken. Eén ECLI-nummer bleek helemaal niet te bestaan, en zeven andere nummers verwezen naar heel andere zaken dan omschreven, zoals een echtscheidingsbeschikking en een strafzaak. De advocate trok de verwijzingen later in via een “akte rectificatie”, zonder ze te vervangen door juiste bronnen. De kantonrechter oordeelde dat hiermee artikel 21 Rv was geschonden en sprak van “de sterke indruk” dat de conclusie deels door een AI-tool was opgesteld zonder controle van de gebruikte bronnen. Een soortgelijke fout deed zich voor in een tweede dossier, de zaak A, waar eveneens onjuiste verwijzingen naar deels niet-bestaande rechtspraak waren opgenomen.
De advocate erkende tegenover de deken dat zij een AI-tool had gebruikt, genaamd LegalPA, en dat zij de gegenereerde rechtspraak niet had gecontroleerd. Zij verklaarde AI-tools destijds te hebben beschouwd als een soort zoekmachine en niet bedacht te zijn geweest op het risico dat zulke tools niet-bestaande rechtspraak kunnen genereren.
Geen kennis van huurrecht, niet op zitting
Naast het AI-gebruik constateerde de raad meer gebreken. De advocate, die vooral arbeidsrechtzaken behandelt en niet geoefend is in het huurrecht, poneerde in de conclusie een onjuiste stelling over de maximale omvang van processtukken en citeerde een wetsartikel dat niet van toepassing was op het gevoerde verweer. Ook voerde zij geen enkel verweer tegen de subsidiaire vordering van de verhuurder. Verder verscheen zij in beide zaken niet ter zitting, ook niet nadat de fouten in de processtukken aan het licht waren gekomen.
De raad oordeelde dat de advocate hiermee de kernwaarden deskundigheid en integriteit uit artikel 10a Advocatenwet en gedragsregel 8 heeft geschonden. Het verwijt van schending van de kernwaarde vertrouwelijkheid werd ongegrond verklaard, omdat niet kon worden vastgesteld dat vertrouwelijke gegevens in de AI-tool waren ingevoerd.
Bij de maatregel hield de raad rekening met het tuchtrechtelijk blanco verleden van de advocate en met het feit dat AI-geletterdheid ten tijde van het opstellen van de stukken, juli 2025, nog geen gemeengoed was. De raad legde een berisping op en veroordeelde de advocate tot betaling van € 1.250,- aan proceskosten.





