De KNB, de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) en de Vereniging Ondernemingsrechtspecialisten Notariaat (VON) steunen de doelstelling van de voorgestelde EU Inc., maar vinden dat het voorstel op belangrijke onderdelen tekortschiet. Volgens de organisaties zijn aanvullende waarborgen nodig om fraude, witwassen en rechtsonzekerheid te voorkomen.
De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) en de Vereniging Ondernemingsrechtspecialisten Notariaat (VON) hebben de Europese Commissie opgeroepen het voorstel voor de invoering van een Europese rechtsvorm, de EU Inc., aan te passen. De organisaties maakten gebruik van de internetconsultatie die openstond tot 26 juni, nadat de Europese Commissie het voorstel op 18 maart had gepresenteerd.
Op de website van het KNB is te lezen dat de drie organisaties positief staan tegenover de doelstelling van het voorstel, al leggen zij daarbij verschillende accenten. Zij erkennen dat een Europese rechtsvorm kan bijdragen aan het versterken van de interne markt en het vergemakkelijken van grensoverschrijdende activiteiten. Tegelijkertijd stellen zij dat het huidige voorstel op essentiële onderdelen tekortschiet.
Meer waarborgen nodig
Volgens de KNB kan een Europese rechtsvorm een bijdrage leveren aan het versterken van de interne markt en het Europese concurrentievermogen, maar lost zij de gesignaleerde knelpunten niet op. Het oprichten van een onderneming is binnen Europa volgens de beroepsorganisatie al snel, eenvoudig en grotendeels digitaal mogelijk. De werkelijke knelpunten liggen volgens de KNB bij de toegang tot kapitaal en het aantrekken en behouden van talent. Daarnaast verzwakt het voorstel volgens de organisatie de rechtszekerheid. De KNB pleit daarom voor preventieve controle bij oprichting en aandelenoverdracht, een solide rechtsgrondslag en een betere aansluiting bij het bestaande Europese vennootschapsrecht.
Ook de GCV ziet tekortkomingen in het voorstel. De commissie wijst erop dat verdere vereenvoudiging en digitalisering kunnen leiden tot verzwakte waarborgen en een groter risico op fraude, witwassen en ander misbruik. Daarnaast vraagt de GCV aandacht voor de verhouding tussen Europese en nationale regelgeving. Volgens de commissie is onvoldoende duidelijk welke onderwerpen rechtstreeks in de Europese regeling worden opgenomen en welke aan het nationale recht worden overgelaten. Ook de regeling voor liquidatie en insolventie behoeft volgens de GCV verdere uitwerking om de rechtszekerheid en de bescherming van schuldeisers te waarborgen.
Risico op rechtsonzekerheid
De VON onderschrijft eveneens het streven naar verdere harmonisering van het Europese vennootschapsrecht om grensoverschrijdende activiteiten van ondernemingen te faciliteren en te vereenvoudigen. Tegelijkertijd betwijfelt de vereniging of het voorstel het beoogde doel daadwerkelijk bereikt. Volgens de VON kan de voorgestelde vereenvoudiging juist leiden tot minder rechtszekerheid en grotere risico’s op fraude, witwassen en ander misbruik. Ook de combinatie van Europese en nationale regelgeving kan volgens de vereniging leiden tot onduidelijkheid over de toepasselijke regels. Daardoor dreigen fragmentatie en rechtsonzekerheid, terwijl het voorstel juist meer eenheid binnen het Europese vennootschapsrecht beoogt.





