Na zijn vrijspraak in de zedenzaak probeert Marco Borsato een groot deel van zijn advocaatkosten op de Staat te verhalen. Bij de rechtbank Midden-Nederland ligt een verzoek om de verdedigingkosten die hij in jarenlange procedures maakte, vergoed te krijgen.
De strafzaak tegen de zanger heeft geleid tot zeer hoge kosten voor rechtsbijstand. Volgens zijn verdediging gaat het om een bedrag van bijna vier ton aan advocaatkosten, opgebouwd in meerdere jaren van onderzoek en procedures in de ontuchtzaak. Een deel van deze kosten – een bedrag van ruim twee ton exclusief btw – wordt nu via een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank Midden-Nederland ter vergoeding aan de Staat voorgelegd. De behandeling van dit verzoek vindt achter gesloten deuren plaats.
Verzoek om vergoeding na vrijspraak
De kern van het verzoek is dat Borsato na zijn vrijspraak niet met de volledige rekening van zijn verdediging wil blijven zitten. Zijn advocaten wijzen erop dat het gaat om kosten die rechtstreeks samenhangen met de strafzaak en de noodzakelijke juridische bijstand in een complex en langdurig onderzoek. Zij vragen de rechtbank daarom om deze kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat te brengen.
Breder debat over vergoeding
De zaak raakt aan het bredere debat over de vraag in hoeverre vrijgesproken verdachten hun advocaatkosten vergoed moeten krijgen. In de praktijk worden dergelijke verzoeken niet altijd volledig gehonoreerd en is er discussie over de grenzen van vergoeding, de beoordeling van redelijke kosten en de rol van hoge uurtarieven in mediagevoelige en juridisch complexe strafzaken.
Borsato kiest er vooralsnog voor zich te beperken tot de vergoeding van zijn advocaatkosten. Een claim voor inkomensschade, die volgens zijn raadslieden in de miljoenen kan lopen, wordt op dit moment niet aan de rechtbank voorgelegd. Daarmee ligt de focus in deze procedure volledig op de kosten van de strafrechtelijke verdediging na vrijspraak en de vraag in hoeverre de Staat die rekening moet en wil dragen.






