Een rechter verwijst een lopende zorgregelingszaak ambtshalve naar een andere rechtbank, omdat het café van de vader herhaaldelijk dienstdeed als locatie voor personeelsevenementen van het behandelend team Familie & Jeugd. De rechtbank Zeeland-West-Brabant grijpt daarvoor terug op artikel 46b van de Wet op de Rechterlijke Organisatie.
Wijziging zorgregeling
De zaak draait oorspronkelijk om een geschil tussen een man en een vrouw over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor hun minderjarige kind, geboren in 2018 in de Verenigde Staten. De man verzoekt de rechtbank de beschikking van 13 oktober 2021 te wijzigen, met een uitgebreide regeling voor contact in even en oneven weken en verdeling van vakanties. De vrouw is het niet eens met dit verzoek en verzoekt afwijzing daarvan. Zij dient op haar beurt zelfstandige verzoeken in: een beperktere omgangsregeling met één weekend per twee weken, verdeling van feestdagen en vakanties conform een door haar voorgesteld schema, afspraken over overdrachtsmomenten bij haar woning, en de verantwoordelijkheid van de man voor het brengen van het kind naar sport en hobby’s. Daarnaast verzoekt de vrouw de man te veroordelen in de proceskosten, omdat hij volgens haar door zijn structurele weigering tot overleg deze en eerdere procedures noodzakelijk heeft gemaakt en de rechterlijke macht stelselmatig zou inzetten om zijn wensen door te drukken. Ook vraagt zij om een regeling waarbij de onderlinge communicatie wordt beperkt tot schriftelijke, zakelijke en kindgerelateerde berichten.
Betrokkenheid van de rechtbank
Aan een inhoudelijke beoordeling van deze verzoeken komt de rechtbank echter niet toe. De rechtbank constateert dat het café waarvan de man eigenaar is, in de afgelopen periode met regelmaat en voor het laatst in mei 2026 diende als locatie voor personeelsevenementen van het team Familie & Jeugd, het team waarin de onderhavige zaak voor behandeling is ondergebracht. Volgens de rechtbank levert dit de vereiste “betrokkenheid” op in de zin van artikel 46b WRO, op grond waarvan een zaak ter verdere behandeling naar een andere rechtbank kan worden verwezen indien behandeling door een andere rechtbank naar het oordeel van de rechtbank gewenst is vanwege haar eigen betrokkenheid.
De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om toepassing te geven aan deze bepaling en verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch. Een inhoudelijk oordeel over de zorgregeling, de proceskosten of de communicatieafspraken tussen partijen wordt in deze beschikking dan ook niet gegeven; dat is nu aan de rechtbank Oost-Brabant. Tegen de beschikking staat, door tussenkomst van een advocaat, hoger beroep open bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. De hele uitspraak lees je hier.





