De academische vrijheid is onvoldoende beschermd in het Nederlandse recht. Daarom moet deze vrijheid als zelfstandig grondrecht in de Grondwet worden opgenomen en moet de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) worden aangescherpt. Dat adviseert de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in het rapport Vrijheid verankerd.
Volgens de KNAW staat academische vrijheid ook in Nederland onder druk. Wetenschappers worden geconfronteerd met politieke inmenging, financiële afhankelijkheid, intimidatie en spanningen met hun werkgever. De bestaande juridische bescherming biedt daartegen onvoldoende waarborgen.
Het rapport is opgesteld door een commissie onder voorzitterschap van André Nollkaemper, universiteitshoogleraar internationaal recht en duurzaamheid aan de Universiteit van Amsterdam.
Grondwettelijke bescherming
De Nederlandse Grondwet kent momenteel geen afzonderlijk grondrecht op academische vrijheid. Wel bestaat bescherming via onder meer de vrijheid van meningsuiting, artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 13 van het EU-Grondrechtenhandvest.
Volgens de KNAW schieten deze waarborgen tekort, vooral bij politieke inmenging, financieringsdruk en arbeidsrechtelijke conflicten.
De Akademie pleit daarom voor een zelfstandige grondwetsbepaling die zowel de eerbiediging als de actieve bevordering van academische vrijheid vastlegt. Een mogelijke formulering is: ‘De academische vrijheid wordt geëerbiedigd en bevorderd.’
Sterkere rechtspositie wetenschappers
Daarnaast wil de KNAW artikel 1.6 WHW wijzigen. De huidige bepaling, die stelt dat academische vrijheid in acht wordt genomen, is volgens de onderzoekers te algemeen om als effectieve rechtsnorm te functioneren.
De nieuwe wetgeving moet overheid en kennisinstellingen actief verplichten academische vrijheid te beschermen. Ook moeten wetenschappers zich tegenover hun instelling op deze bescherming kunnen beroepen en instellingen tegenover de overheid.
Dat kan volgens de KNAW vooral betekenis hebben bij arbeidsrechtelijke conflicten. Het rapport verwijst onder meer naar een uitspraak van de Hoge Raad uit juli 2025 over het ontslag van een universitair hoofddocent die kritiek had geuit op het diversiteitsbeleid van haar universiteit.
Landelijke gedragscode
De KNAW adviseert verder een landelijke gedragscode voor academische vrijheid. Instellingen moeten daarin onder meer vastleggen hoe zij omgaan met intimidatie, interne groepsdruk, externe beïnvloeding en spanningen tussen bestuurlijke sturing en de vrijheid van onderzoekers.
De voorgestelde maatregelen hebben nog geen rechtskracht. Volgens de KNAW kan een combinatie van wetgeving, grondwettelijke bescherming en gedragscodes wetenschappers en kennisinstellingen wel meer juridische houvast bieden.











