De voormalige advocaat van rapper Lil Kleine heeft volgens de rechtbank Amsterdam zijn zorgplicht niet geschonden bij de afwikkeling van een miljoenencontract met Sony Music. De rapper stelde dat zijn advocaat en voormalig manager Nathan Moszkowicz onrechtmatig hadden gehandeld bij de uitbetaling van een managementvergoeding van 450.000 euro.
De zaak draait om een distributieovereenkomst die Lil Kleine, officieel Jorik Scholten, in oktober 2021 met Sony Music sloot. De overeenkomst vertegenwoordigde een totale waarde van drie miljoen euro. Sony betaalde aanvankelijk één miljoen euro aan Stichting Performer Matters, die verantwoordelijk was voor de verdeling van de opbrengsten.
Van dat bedrag werd 450.000 euro overgemaakt aan het managementbedrijf van Moszkowicz. Volgens Scholten had de managementvergoeding van vijftien procent moeten worden berekend over de netto-opbrengsten in plaats van de bruto-contractwaarde.
De rapper vorderde uiteindelijk 340.500 euro aan schadevergoeding van onder anderen zijn voormalige manager en advocaat. Hij stelde dat zij hun zorgplicht hadden geschonden door de vergoeding zonder zijn medeweten en toestemming uit te betalen. Ook zou sprake zijn geweest van belangenverstrengeling vanwege hun betrokkenheid bij de stichting.
Geen onrechtmatig handelen
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat de advocaat of de andere gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld. Volgens de rechter week de gehanteerde werkwijze niet af van eerdere overeenkomsten met onder meer RTL en Talpa. Ook daarbij ontving het management direct vijftien procent van de bruto-contractwaarde.
Een mogelijk onjuiste uitleg van een overeenkomst levert volgens de rechtbank niet automatisch een schending van de zorgplicht op. Daarvoor zijn aanvullende omstandigheden nodig, zoals handelen in strijd met de gebruikelijke werkwijze. Die zijn niet aangetoond.
Ook de gestelde belangenverstrengeling is onvoldoende onderbouwd. De betrokkenheid van de advocaat bij de stichting vormt volgens de rechtbank op zichzelf geen bewijs van onrechtmatig handelen.
De rechter komt niet toe aan een definitieve uitleg van de managementovereenkomst, omdat de vordering uitsluitend op onrechtmatige daad was gebaseerd en niet op een tekortkoming in de nakoming.
Ook de subsidiaire beroepen op dwaling, onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid slagen niet. Scholten moet in totaal 28.108 euro aan proceskosten betalen. Volgens RTL Boulevard heeft hij aangekondigd hoger beroep in te stellen.












