De Nederlandse rechtspraak geniet in Europa veel vertrouwen, maar Brussel ziet nog altijd werk aan de winkel. Vooral strengere regels voor lobbycontacten van bewindspersonen en Kamerleden blijven uit.
Nederland behoort nog steeds tot de EU-landen waar burgers en bedrijven veel vertrouwen hebben in de onafhankelijkheid van rechters. Dat blijkt uit het Nederlandse landenhoofdstuk bij het Rule of Law Report 2026 van de Europese Commissie. Van de burgers beoordeelt 77 procent de onafhankelijkheid van rechters en rechtbanken als tamelijk of zeer goed. Onder bedrijven is dat 85 procent.
Die hoge score betekent niet dat Brussel Nederland zonder opmerkingen laat passeren. De Commissie wijst erop dat meerdere rechtsstatelijke hervormingen nog in voorbereiding zijn. Zo ligt in de Eerste Kamer een voorstel om de bevoegdheid van de minister van Justitie en Veiligheid te schrappen om aanwijzingen te geven aan het Openbaar Ministerie in individuele strafzaken.
Ook wordt gewerkt aan voorstellen om rechters wetten te laten toetsen aan klassieke grondrechten in de Grondwet, de rechtspraak een eigen begroting te geven en de invloed van de uitvoerende macht bij benoemingen in de Raad voor de rechtspraak te beëindigen.
Advocatuur en rechtsbijstand
Voor de advocatuur noemt de Commissie onder meer de aanpassingen aan het regime voor visueel toezicht op gesprekken tussen advocaten en cliënten in hoogbeveiligde gevangenissen. Die wijzigingen kwamen er na zorgen vanuit de advocatuur over vertrouwelijkheid en effectieve rechtsbijstand.
Ook de gefinancierde rechtsbijstand komt terug in het rapport. Brussel vermeldt dat de financiering daarvan structureel is verhoogd. Daarnaast stelt de Commissie dat Nederland belangrijke stappen heeft gezet om arbeidsomstandigheden in de rechtspraak te verbeteren en personeelstekorten aan te pakken.
Lobbyregels blijven achter
Het duidelijkste kritiekpunt zit bij lobbytransparantie. De Commissie vindt dat Nederland slechts beperkte vooruitgang heeft geboekt bij strengere transparantieregels voor lobbycontacten van leden van regering en parlement. Hoewel het kabinet een transparantieregister heeft aangekondigd, herhaalt Brussel de aanbeveling om wettelijke bepalingen vast te stellen voor strengere lobbytransparantie.
Ook op mediagebied blijven aandachtspunten bestaan. De Commissie noemt onder meer hoge mediaconcentratie, beperkte transparantie over media-eigendom en zorgen over bedreigingen van journalisten. Tegelijk blijft de Nederlandse mediaregulator volgens Brussel onafhankelijk en efficiënt functioneren.






