Het toezicht op de advocatuur ontwikkelt zich richting een landelijk samenhangend systeem. Uit het jaarverslag Toezicht op de Advocatuur 2025 blijkt ook dat het aantal klachten, signalen en verzoeken opnieuw is toegenomen.
Het toezicht op de advocatuur is in beweging. Waar het toezicht van oudsher decentraal was georganiseerd, werken dekens toe naar een meer landelijk afgestemd systeem, in voorbereiding op een nieuwe organisatievorm. Binnen dat stelsel vervullen zij een centrale rol, met taken die variëren van financieel toezicht en toelating van kantoren tot klachtbehandeling en onderzoek.
In 2025 is die ontwikkeling verder doorgezet. De Landelijke Organisatie Toezicht Advocatuur (LOTA) is uitgebreid en biedt meer ondersteuning op inhoud en beleid. Ook is kunstmatige intelligentie toegevoegd als nieuw aandachtsgebied binnen het toezicht.
Meer klachten, signalen en verzoeken
Het aantal door dekens onderzochte klachten steeg met 22 procent naar 2.709. Ook het aantal adviesvragen en signalen van ketenpartners nam toe.
Daarnaast werden 627 verzoeken gedaan om een advocaat aan te wijzen. In 31 procent van de gevallen leidde dit tot een daadwerkelijke aanwijzing. Deze verzoeken worden vaak met spoed behandeld, omdat zaken regelmatig op korte termijn spelen.
Ook het aantal meldingen van bedreigde advocaten is opnieuw toegenomen, van 204 in 2024 naar 212 in 2025. Deze ontwikkeling baart de dekens zorgen.
Meer samenwerking en nieuw toezicht
Er wordt steeds meer landelijk samengewerkt en afgestemd met ketenpartners, zoals de rechtspraak en uitvoeringsorganisaties. Signalen van deze partijen spelen daarbij een grotere rol.
Daarnaast wordt gewerkt met nieuwe werkwijzen. In 2025 is een pilot uitgevoerd met zogenoemd onderwerpgericht toezicht, waarbij niet individuele klachten maar de impact op kwetsbare rechtzoekenden centraal staat. Ook is de risicogestuurde aanpak uitgebreid, onder meer naar de Wet kwaliteit incassodienstverlening.
Verder zijn dekens vaker betrokken bij wetgevingstrajecten, zoals rond anti-witwasregelgeving en sancties. Daarbij is aandacht voor de uitvoerbaarheid en de bescherming van kernwaarden zoals vertrouwelijkheid.
Het jaarverslag schetst daarmee een toezichtpraktijk die zich verder ontwikkelt, met meer nadruk op landelijke afstemming en samenwerking.








