De Raad van Discipline heeft een advocaat geschrapt die jaarlijks circa 1.700 echtscheidingszaken ‘afhechtte’ zonder te voldoen aan zijn zware zorgplicht. Volgens de raad schond hij structureel de kernwaarden integriteit, partijdigheid en deskundigheid.
De beslissing volgt op een dekenbezwaar tegen een advocaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, die vrijwel uitsluitend optrad als zogenoemde afhechtingsadvocaat in echtscheidingen op gemeenschappelijk verzoek. Zijn praktijk bestond grotendeels uit het indienen van verzoekschriften en convenanten die waren opgesteld door mediators. Verweerder behandelde naar eigen zeggen ongeveer 1.700 zaken per jaar, gemiddeld dertig per week.
Zware zorgplicht bij optreden voor beide partijen
In zaken waarin één advocaat optreedt voor beide echtgenoten geldt een bijzondere verantwoordelijkheid. De advocaat moet beide partijen persoonlijk spreken en identificeren, hen informeren over hun rechtspositie en de (on)mogelijkheden van de regeling, en controleren of het convenant juridisch juist en volledig is. Ook moet hij nagaan of partijen de gevolgen begrijpen, berekeningen verifiëren en vastleggen wat is besproken. Na de beschikking dient de advocaat met cliënten te bespreken of zij instemmen met de uitspraak en of zij de akte van berusting willen tekenen.
Uit onderzoek van de Landelijke organisatie toezicht advocatuur (LOTA), waarbij tien dossiers zijn beoordeeld, blijkt dat verweerder deze werkzaamheden niet of volstrekt onvoldoende verrichtte. In geen van de onderzochte dossiers was vastgelegd dat partijen inhoudelijk waren voorgelicht of dat afspraken waren getoetst aan hun belangen. Berekeningen werden niet gecontroleerd en gesprekken niet schriftelijk vastgelegd. De digitale dossiers bevatten veelal slechts stukken van de mediator.
De raad stelt vast dat verweerder gemiddeld ongeveer één uur per zaak besteedde en cliënten doorgaans telefonisch en gezamenlijk sprak. Die minimale tijdsbesteding staat in schril contrast met de 2,5 uur die de Raad voor Rechtsbijstand als normale tijd voor afhechting hanteert.
Signaal van de rechtbank
Aanleiding voor het dekenbezwaar was mede een signaal van de rechtbank Overijssel. Daar bestonden zorgen over de kwaliteit van aangeleverde stukken, fouten in convenanten en de communicatie met de griffie. Ook bleek dat cliënten soms niet wisten wie hun advocaat was.
Volgens de raad heeft verweerder gedurende langere tijd en in een zeer groot aantal dossiers stelselmatig nagelaten invulling te geven aan zijn verplichtingen uit de Advocatenwet en de Verordening op de advocatuur. Omdat hij geen inzicht toonde in het verwijtbare van zijn handelen en zijn werkwijze niet wenste aan te passen, acht de raad het niet verantwoord dat hij de praktijk nog uitoefent. De maatregel van schrapping is daarom opgelegd, met een kostenveroordeling van € 1.250.






