De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) en de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) pleiten voor extra investeringen in de sociale advocatuur. Met een gezamenlijk maatregelenpakket willen zij vanaf 2027 de instroom van nieuwe sociaal advocaten vergroten en het oplopende tekort terugdringen.
NOvA en VSAN hebben een gezamenlijk maatregelenpakket aangeboden aan de Tweede Kamer om de sociale advocatuur te behouden en te versterken. In aanloop naar het commissiedebat Toegang tot het recht van 1 juli pleiten de organisaties voor een structurele investering van 15 miljoen euro per jaar en daarnaast voor een tijdelijke investering van 20 miljoen euro per jaar gedurende vijf jaar. Het voorstel wordt ondersteund door de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) en de dekens en raden van de orde in alle arrondissementen.
Tekort zet toegang tot het recht onder druk
Volgens NOvA en VSAN staat de toegankelijkheid van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand onder grote druk door een toenemend tekort aan sociaal advocaten en een onevenwichtige in- en uitstroom. Zonder tijdige en samenhangende maatregelen dreigt de toegang tot het recht voor een grote groep rechtzoekenden ernstig in het gedrang te komen. Ruim 30 procent van de Nederlandse bevolking is voor procedures en juridisch advies afhankelijk van gefinancierde rechtsbijstand.
De organisaties wijzen erop dat in de komende tien jaar ongeveer 3.000 nieuwe sociaal advocaten moeten worden geworven en behouden om het stelsel toekomstbestendig te maken. Het aantal sociaal advocaten neemt al jaren af, terwijl een aanzienlijk deel van de huidige beroepsgroep de komende jaren met pensioen gaat. Ook is het aantal sociaal advocaten jonger dan 35 jaar gehalveerd.
35 miljoen euro voor behoud en instroom
Van de voorgestelde investeringen is 15 miljoen euro per jaar bedoeld voor een structurele kantoorvergoeding voor advocaten die in kantoorverband werken. Hoewel de vergoedingen binnen de sociale advocatuur in februari 2026 deels zijn verhoogd, ontbreekt volgens NOvA en VSAN nog altijd een vergoeding voor kantoorkosten. Juist kantoorverbanden zijn volgens de organisaties essentieel voor het opleiden en behouden van nieuwe sociaal advocaten.
De tijdelijke investering van 20 miljoen euro per jaar is bedoeld om de opleidingscapaciteit uit te breiden. Circa 15 miljoen euro is bestemd voor een opleidingsvergoeding, zodat kantoren en patroons minder financiële risico’s lopen bij het opleiden van advocaat-stagiairs. De overige circa 5 miljoen euro is bedoeld voor het stimuleren van nieuwe opleidingskantoren, onder meer via vestigingspremies en gerichte ondersteuning in regio’s en rechtsgebieden waar de tekorten het grootst zijn. Met de voorgestelde maatregelen heeft het stelsel volgens de organisaties een goede kans om te herstellen en weer voldoende sociaal advocaten aan te trekken en te behouden, zodat de sociale advocatuur haar essentiële rol in de democratische rechtsstaat kan blijven vervullen





