De KNB heeft twee vernieuwde verordeningen in werking laten treden. De wijzigingen moeten zorgen voor meer integriteit en transparantie binnen de ledenraad en voor een klachten- en geschillenregeling die beter aansluit bij de huidige praktijk.
De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft de vernieuwde Verordening Ledenraad en de Verordening Klachten- en geschillenregeling officieel in werking laten treden. Beide verordeningen werden in mei vastgesteld door de ledenraad, vervolgens ter goedkeuring aan de minister aangeboden en zijn na publicatie in de Staatscourant op 17 juli 2026 van kracht geworden.
Meer aandacht voor integriteit in de ledenraad
De nieuwe Verordening Ledenraad 2026, die de Verordening ledenraad 2015 vervangt, richt zich vooral op het versterken van integriteit en transparantie binnen de ledenraad. Ledenraadsleden zijn voortaan verplicht mogelijke belangenconflicten te melden. De voorzitter beoordeelt vervolgens of een lid vanwege een belangenconflict tijdelijk of definitief moet terugtreden. Wanneer een mogelijke integriteitskwestie de voorzitter zelf betreft, neemt de plaatsvervangend voorzitter deze beoordeling over. Met deze wijziging wil de KNB zorgen voor een zorgvuldige en transparante omgang met mogelijke belangenverstrengeling.
Klachtenregeling aangepast aan huidige praktijk
Ook de Verordening Klachten- en geschillenregeling is gemoderniseerd. Volgens de KNB sluiten de wijzigingen beter aan bij de huidige werkwijze en governance van de Geschillencommissie Notariaat. De terminologie is geactualiseerd en verschillende toelichtingen zijn verduidelijkt, onder meer over de rol van consument-leden van de Geschillencommissie en de geheimhoudingsplicht.
Een belangrijke inhoudelijke wijziging is de verhoging van het maximale schadebedrag waarover de Geschillencommissie uitspraak kan doen naar € 10.000. Daarmee is de verordening weer in overeenstemming gebracht met het Reglement Geschillencommissie Notariaat. Dit maximumbedrag geldt voor schadevorderingen en declaratiegeschillen die binnen de reikwijdte van de regeling vallen. Geschillen met een hogere financiële omvang blijven buiten deze regeling en moeten langs een andere juridische weg worden behandeld.
De vernieuwde regeling blijft uitgaan van een laagdrempelige behandeling van klachten. Daarbij is het uitgangspunt dat een cliënt en de notaris eerst proberen het geschil onderling op te lossen. Pas wanneer dat niet lukt, kan de zaak worden voorgelegd aan de Geschillencommissie, die afhankelijk van de situatie een bindend advies geeft of het geschil via arbitrage afdoet.






