Een advocaat heeft in een arbeidsrechtelijk geschil een interne e-mail van haar cliënte aangepast en vervolgens als bewijsstuk ingebracht. De Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch noemt dat een ernstige schending van de kernwaarde integriteit.
Een advocaat is door de Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch voor vier weken geschorst, waarvan twee weken voorwaardelijk, omdat zij een door haar gewijzigde versie van een e-mailbericht presenteerde als de authentieke versie en die inzette als bewijsstuk. Dat blijkt uit een beslissing van de raad van 27 juli 2026.
De zaak speelde in een geschil tussen klaagster en haar werkgever over onder meer achterstallige betalingen. De advocaat stond daarin de werkgever bij. Als productie diende zij een interne e-mail van haar cliënte in. Uit de beslissing volgt dat zij het document voorafgaand aan indiening had bewerkt. Een passage over een loonsverhoging per 1 april 2022 werd volledig verwijderd. Ook schrapte zij de kwalificatie “B-station” achter “Shell [locatie X]” en paste zij de lay-out van het document aan, zodat de wijzigingen niet zichtbaar waren.
Volgens de raad maakte de advocaat bij de eerste toezending van de e-mail geen melding van de aanpassing. Pas later schreef zij dat zij de bijlage “iets aangepast” had.
Origineel of herkenbaar bewerkt
De raad rekent de advocaat zwaar aan dat zij de bewerking niet kenbaar heeft gemaakt. Zij had volgens de tuchtrechter het originele document moeten overleggen, eventueel met een toelichting op de passages die zij niet relevant vond. Een andere mogelijkheid was geweest om delen van het document herkenbaar zwart te lakken en daarbij toe te lichten dat het stuk was bewerkt.
Door dat niet te doen, heeft de advocaat volgens de raad een onjuiste voorstelling van zaken gegeven over de inhoud van het bewijsstuk. De raad kwalificeert dit als handelen in strijd met de kernwaarde integriteit, zoals vastgelegd in artikel 10a Advocatenwet.
Schorsing
De klacht werd op dit punt gegrond verklaard. De raad benadrukt dat van een advocaat mag worden verwacht dat zij zorgvuldig en transparant omgaat met stukken die als bewijs in een procedure worden gebruikt. Dat geldt temeer wanneer een document afkomstig is van de eigen cliënte en door de advocaat zelf wordt ingebracht.
De opgelegde maatregel bestaat uit een schorsing van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk. Ook moet de advocaat het griffierecht van 50 euro, 50 euro aan reiskosten en 1.250 euro aan proceskosten betalen.






