Wie meent dat een wet fundamentele rechten schendt, kan dit binnenkort voorleggen aan de rechter. Het kabinet stuurde het bijbehorende wetsvoorstel ter advisering naar de Raad van State.
Fundamentele vrijheden als vrijheid van meningsuiting, het verbod op discriminatie en godsdienstvrijheid liggen aan de basis van ons staatsbestel. Minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid hebben namens het kabinet een wetsvoorstel ingediend bij de Raad van State van het Koninkrijk, met het verzoek hierover te adviseren.
Nu is het rechters niet toegestaan om wetten te spiegelen aan de Grondwet. Het kabinet is van plan die beperking gedeeltelijk op te heffen. Daardoor kan straks iedereen die vindt dat een wet inbreuk maakt op een fundamenteel recht, dit ter beoordeling voorleggen aan een rechter. Dat moet de bescherming van deze rechten verstevigen.
Meer waarborgen voor fundamentele rechten
Het voorstel somt de rechten op waarop deze toetsing van toepassing wordt. Volgens het kabinet krijgt de democratie hierdoor meer kracht en wordt de overheid beter controleerbaar. Verder komt er een bepaling in de Grondwet dat elke inperking van een grondrecht in verhouding moet staan tot het doel dat ermee wordt beoogd, en niet verder mag reiken dan strikt nodig is. Deze regel geldt zowel voor de wetgever als voor het bestuur en de rechterlijke macht.
Door dit voorstel beschikken burgers straks over een daadwerkelijk instrument om naleving van de Grondwet af te dwingen. Dit moet de onderlinge controle tussen de staatsmachten versterken en de overheid dwingen om verantwoording af te leggen over de eigen grondwettelijke verplichtingen.
Beperking van artikel 120
De huidige blokkade op rechterlijke toetsing is terug te vinden in artikel 120 van de Grondwet. Het voorstel schrapt die blokkade voor de rechten uit hoofdstuk 1, denk aan gelijke behandeling, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en vrijheid van meningsuiting. Die blokkade was er ooit om het oordeel over de grondwettigheid van wetgeving bij het parlement te houden in plaats van bij de rechter. Nederland is binnen Europa het enige land waar deze blokkade nog bestaat. Zodra die vervalt, kunnen burgers bijvoorbeeld naar de rechter stappen wanneer een wet mannen en vrouwen ongelijk behandelt.
Het voorstel om deze blokkade te laten vervallen doorliep eerder al een consultatieronde, onder meer bij de Raad voor de rechtspraak en de Hoge Raad. Zodra de Raad van State advies heeft uitgebracht, kan het voorstel naar de Tweede Kamer. Voor een wijziging van de Grondwet is goedkeuring van beide Kamers vereist, gevolgd door hernieuwde instemming na de volgende Tweede Kamerverkiezingen, dan met een tweederdemeerderheid.



