Het Openbaar Ministerie wil de komende jaren vaker digitale en cybercriminaliteit vervolgen en de focus verschuiven naar zwaardere en nieuwe vormen van criminaliteit. Dat blijkt uit de organisatieprioriteiten voor de periode 2026-2029.
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft zijn organisatieprioriteiten voor de periode 2026-2029 vastgesteld. Daarmee zet het de koers voort die in 2023 werd ingezet, met meer focus op kerntaken, vereenvoudiging van werkprocessen en versterking van de magistratelijke rol. Volgens het OM zijn deze uitgangspunten nog altijd relevant in een tijd van geopolitieke spanningen, cyberaanvallen en grote opgaven voor de strafrechtketen.
Een van de belangrijkste aandachtspunten is de aanpak van veel voorkomende criminaliteit (VVC). Volgens het OM gaat nog steeds veel capaciteit naar traditionele, lichtere criminaliteit, terwijl zware strafzaken en nieuwe criminele ontwikkelingen onvoldoende aandacht krijgen. Dat geldt met name voor online en cybercriminaliteit. Deze vormen van criminaliteit nemen volgens het OM onverminderd toe, maar krijgen nog te weinig aandacht in opsporing, vervolging en berechting.
Om die ontwikkeling te keren wil het OM de focus verleggen naar zwaardere en nieuwe vormen van criminaliteit. Daarbij moet de instroom van digitale en cyberzaken toenemen, terwijl de dalende instroom van commune misdrijven wordt gestabiliseerd. Sinds begin 2026 werken politie en OM hiervoor intensiever samen aan een selectiever opsporingsbeleid. Ook binnen het OM wordt ingezet op het vaker vervolgen van digitale en cybercriminaliteit.
Meer ruimte voor zware strafzaken
Naast een verschuiving in de opsporingsprioriteiten wil het OM de wettelijke mogelijkheden voor strafbeschikkingen beter benutten. Het College van procureurs-generaal kondigde eerder al aan hiermee meer zittingsruimte bij de strafrechter vrij te willen maken voor zwaardere zaken. Tegelijkertijd moeten slachtoffers en verdachten hierdoor sneller duidelijkheid krijgen over de afdoening van hun zaak. Het verbeteren van de kwaliteit van de strafbeschikkingspraktijk blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt.
Ook procesafspraken blijven volgens het OM van belang. De behandelduur van zware strafzaken neemt volgens de organisatie niet af, terwijl procesafspraken kunnen bijdragen aan afdoening binnen een redelijke termijn. Het OM wil daarom blijven inzetten op uitbreiding van dit instrument.
AI en ICT als randvoorwaarde
Daarnaast ziet het OM een belangrijke rol voor artificiële intelligentie (AI). De organisatie wil de komende jaren ruimte bieden om te experimenteren met AI-toepassingen in opsporingsonderzoeken en interne werkprocessen, met aandacht voor rechtmatigheid. Tegelijkertijd groeit de urgentie van de aanpak van crimineel gebruik van AI.
Een stabiele informatievoorziening en IT-infrastructuur noemt het OM daarbij de hoogste prioriteit binnen de bedrijfsvoering. Er zijn inmiddels plannen, strategieën en middelen beschikbaar om de noodzakelijke verbeteringen door te voeren. Volgens het OM zijn die nodig om medewerkers beter te ondersteunen en de organisatie toekomstbestendig te maken.







