De rechtbank Midden-Nederland blijft dwangsommen opleggen aan Dienst Toeslagen wanneer die te laat beslist op aanvragen om compensatie van werkelijke schade. Daarmee kiest de rechtbank uitdrukkelijk niet voor de nieuwe lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die op 3 juni 2026 juist geen dwangsom meer oplegde.
De zaak gaat over een eiseres die op 9 april 2025 een aanvraag indiende voor aanvullende compensatie van werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS). Omdat Dienst Toeslagen niet op tijd besliste, werd de dienst bij brief van 17 april 2026 in gebreke gesteld. Nadat de wettelijke termijnen waren verstreken, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
Afwijking van de Afdeling
De rechtbank had eerder, op 25 juli 2025, in dit type zaken een nadere beslistermijn van 60 weken na het verlopen van de wettelijke beslistermijn bepaald, met een dwangsom van €50 per dag tot een maximum van €15.000. De Afdeling oordeelde op 3 juni 2026 dat die termijn van 60 weken onrealistisch kort is en viel terug op de wettelijke standaardtermijn van twee weken, zonder dwangsom.
De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om de Afdeling in dat oordeel te volgen. Als een termijn van 60 weken al onrealistisch kort is, geldt dat volgens de rechtbank des te meer voor een termijn van twee weken. Bovendien biedt een termijn van twee weken volgens de rechtbank “geen reëel perspectief” op een besluit en schept dit valse verwachtingen, wat in strijd is met de beoogde rechtsbescherming van artikel 8:55d van de Awb. Ook wijst de rechtbank erop dat dit artikel geen ruimte biedt om de dwangsom op nihil te stellen.
Nieuwe beslistermijn
De rechtbank sluit voor de nadere beslistermijn aan bij de gemiddelde doorlooptijd van 827 dagen (ruim 118 weken) die Dienst Toeslagen in 2025 hanteerde. Na aftrek van de wettelijke beslistermijn van 52 weken komt de rechtbank tot een nadere beslistermijn van 66 weken. Voor eiseres betekent dit dat Dienst Toeslagen uiterlijk op 15 juli 2027 een besluit bekend moet maken, op straffe van een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000.
Daarnaast stelt de rechtbank de al verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442, omdat Dienst Toeslagen deze niet zelf had vastgesteld. Ook krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €467 en het griffierecht van €54 terug.






