Regionale media melden dat de rechtbank een wrakingsverzoek heeft toegewezen in een kort geding over een intern kerkelijk conflict. De oorspronkelijk aangewezen rechter wordt vervangen vanwege de schijn van partijdigheid.
Een kort geding over een intern conflict binnen een orthodox-gereformeerd kerkgenootschap zal door een andere rechter worden behandeld. De rechtbank heeft een wrakingsverzoek toegewezen nadat was gebleken dat de oorspronkelijk aangewezen rechter lid is van hetzelfde kerkgenootschap als de betrokken partijen en zich eerder publiekelijk had uitgelaten over het kerkelijk recht binnen deze geloofsgemeenschap.
Het onderliggende geschil draait om een langdurig conflict binnen een lokale kerkgemeente. Een groep voormalige ambtsdragers heeft een kort geding aangespannen tegen meerdere kerkelijke instanties. Zij stellen dat hun aftreden in 2025 onrechtmatig was en willen dat de civiele rechter zich daarover uitspreekt. Opvallend is dat kerkelijke geschillen doorgaans worden behandeld binnen de eigen kerkelijke rechtsorde.
Schijn van partijdigheid doorslaggevend
De wederpartij verzocht de rechter zich terug te trekken, omdat zijn betrokkenheid bij hetzelfde kerkgenootschap volgens haar afbreuk deed aan de vereiste onafhankelijkheid. Daarbij werd gewezen op eerdere publicaties, correspondentie en uitlatingen waarin de rechter zich kritisch had opgesteld over de interne kerkelijke rechtspleging.
De rechter zag daarin zelf geen belemmering. Volgens hem maakte zijn kennis van de theologische en kerkelijke achtergrond hem juist geschikt om de zaak te behandelen. Hij gaf aan geen inhoudelijke betrokkenheid te hebben bij het concrete conflict.
De wrakingskamer kwam echter tot een ander oordeel. Volgens de rechtbank waren de onderlinge relaties binnen het kerkgenootschap te nauw en liepen verschillende persoonlijke en inhoudelijke verbindingen door elkaar. Het feit dat de rechter lid is van hetzelfde kerkgenootschap én eerder publiekelijk stelling had ingenomen over het onderwerp van het geschil, leidde tot het oordeel dat sprake was van een te grote persoonlijke betrokkenheid. Daarmee kon de objectief gerechtvaardigde schijn ontstaan dat de rechter niet volledig onpartijdig zou zijn.
Nieuwe behandeling
De rechtbank heeft daarom besloten een andere rechter aan te wijzen voor het kort geding. Wanneer de inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden, is nog niet bekend.
Deze beslissing onderstreept het belang van de waarborg van rechterlijke onpartijdigheid. Niet alleen daadwerkelijke partijdigheid, maar ook de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan kan aanleiding zijn voor toewijzing van een wrakingsverzoek.





