Een naaste verliezen heeft grote impact, ook op werk. Voor veel levensgebeurtenissen bestaat er wettelijk verlof, maar voor het overlijden van een naaste nog niet. Zonder tijd om te rouwen vallen werknemers sneller uit. Het is de hoogste tijd dat er een wettelijke regeling voor rouwverlof komt.
Geen wettelijke rouwverlofregeling
In de Wet arbeid en zorg (Wazo) is een regeling opgenomen voor kort (betaald) verlof bij overlijden van naasten, voor de periode tussen overlijden en uitvaart. Voor de periode na de uitvaart zijn geen wettelijke regelingen getroffen. Dat zorgt bij werkgevers voor onduidelijkheid en bij werknemers voor onzekerheid.
Als er in de cao of in een bedrijfsreglement geen (aanvullende) regeling is opgenomen voor de rouwperiode na de uitvaart, dan moeten de werkgever en de werknemer samen in overleg over het opnemen van verlof wanneer de werknemer nog niet in staat is om te werken. Daarbij is de werknemer afhankelijk van de coulance van de werkgever. Werknemers die dierbaren verliezen, krijgen vaak te maken met een gebrek aan wettelijke bescherming. In de praktijk voelen zij zich vaak gedwongen om zich ziek te melden, onbetaald verlof of vakantiedagen op te nemen om te kunnen rouwen.
Wetsvoorstel Wet invoering rouwverlof
In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) onderzocht Panteia in 2021 hoe werknemers na het verlies van een direct familielid beter ondersteund kunnen worden. Uit het rapport van Panteia blijkt dat die ondersteuning maatwerk vraagt, maar dat een wettelijke regeling voor rouwverlof te overwegen is. De Sociaal-Economische Raad (SER) meldt in zijn advies Balans in maatschappelijk verlof ook dat rouwverlof een plaats moet krijgen in het wettelijke verlofstelsel.
In juli 2024 is daarom het wetsvoorstel Wet invoering rouwverlof ingediend bij de Tweede Kamer met als doel ziekteverzuim te verminderen en het gesprek over rouwverlof tussen werkgever en werknemer te stimuleren. Dit wetsvoorstel legt een wettelijke basis voor betaald rouwverlof. Het introduceert een recht op betaald verlof voor werknemers met een gezin met minderjarige kinderen na het overlijden van een partner of minderjarig kind. Het rouwverlof bedraagt minimaal één keer de arbeidsduur per week. De werkgever mag hiervan alleen ten gunste van de werknemer afwijken, waardoor maatwerk nog steeds mogelijk is. Het verlof kan flexibel worden opgenomen tot één jaar na het overlijden.
De doelgroep van dit wetsvoorstel is beperkt tot gezinnen met minderjarige kinderen. Het verlies van ouders, broers/zussen en volwassen kinderen valt buiten het wetsvoorstel, net als niet bij wet geregelde vormen van relaties. Volgens Panteia vraagt de samenleving om rouwverlof voor een bredere en diverse groep relaties. Hoe rouw wordt ervaren, is niet af te bakenen. In veel situaties is er een terechte behoefte aan rouwverlof.
De Raad van State zette in zijn advies van oktober 2024 vraagtekens bij de afbakening van de doelgroep en de minimumnorm voor de verlofduur. De verplichte minimumnorm zou maatwerkafspraken in de praktijk kunnen verstoren. Daarnaast vindt de Raad van State dat dit wetsvoorstel het huidige verlofstelsel nog complexer maakt — in strijd met het SER-advies om het verlofstelsel juist te vereenvoudigen. De Raad van State adviseert om het wetsvoorstel niet in behandeling te nemen, tenzij het wordt aangepast.
De FNV deelt de zorgen over de minimumnorm niet, evenmin is het wetsvoorstel in strijd met het SER-advies. Het SER-advies laat juist expliciet ruimte voor nieuwe wettelijke verlofvormen zoals rouwverlof.
Cao en bedrijfsreglementen
In afwachting van en in aanvulling op een wettelijke rouwverlofregeling worden in cao’s en bedrijfsreglementen (maatwerk)afspraken over rouwverlof gemaakt. Sommige bedrijven of sectoren hebben rouwprotocollen opgesteld. Uit het onderzoek van Panteia volgt dat in slechts 20% van de cao’s sprake is van rouwverlof dat ruimer is dan de periode tussen het overlijden en de uitvaart. Hieruit volgt de noodzaak om rouwverlof wettelijk te regelen.
Handreiking rouw en werk
Voor het geval er geen collectieve regeling voor rouwverlof is, kan de handreiking rouw en werk een uitkomst bieden. Deze handreiking is samengesteld door TNO in samenwerking met de Stichting van de Arbeid en het ministerie SZW. De handreiking biedt werkgevers en werknemers handvatten voor het omgaan met rouw op het werk, inclusief de impact van rouw op de werkprestaties en de emotionele toestand van de werknemer.
Ten slotte
Het bestaande wettelijk recht op verlof bij een overlijden is kortdurend, geldt tot aan de uitvaart en is niet bedoeld als rouwverlof. Naast het voorkomen van langdurig verzuim geeft het invoeren van een wettelijke regeling ook ruimte om rouw bespreekbaar te maken op de werkvloer. Hierdoor blijft er ruimte voor maatwerkafspraken tussen de werknemer en de werkgever. De omstandigheden zijn voor iedereen anders en mensen ervaren hun verdriet verschillend. Wettelijke en collectieve rouwverlofregelingen kunnen de basis vormen voor individuele maatwerkafspraken.
Meer weten over dit onderwerp? Lees alles over rouwverlof op FNV.nl.





