De Antwerpse strafpleiter Jorgen Van Laer (45) riskeert een werkstraf van 200 uur en een boete van 40.000 euro, deels met uitstel. Hij wordt verdacht van poging tot witwassen en deelname aan een criminele organisatie, nadat hij drugscriminelen witwasdiensten had aangeboden.
Uit onderschepte berichten van de gekraakte versleutelde berichtendienst Sky ECC blijkt dat Van Laer tussen maart 2020 en januari 2021 drugscriminelen adviseerde over het witwassen van crimineel geld. Hij stelde onder meer voor om via een Antwerpse diamantfirma gelden weg te sluizen en besprak het aankopen van goud als alternatieve methode. Voor verdere besprekingen reisde hij ook naar Dubai. Het onderzoek kon niet aantonen dat er ooit een concrete witwastransactie werd uitgevoerd of dat Van Laer er financieel voordeel uit had gehaald.
Van Laer werd in februari 2023 opgepakt en bekende meteen. Hij verklaarde dat hij in die periode kampte met een alcohol- en cocaïneverslaving en zich daardoor mogelijk had laten verleiden tot overdreven uitspraken. Ter rechtbank lichtte hij zijn motieven verder toe: hij vreesde tijdens de coronaperiode voor de ondergang van zijn kantoor en wilde invloedrijke criminelen als cliënten binnenhalen. Zijn kennis over witwassen was naar eigen zeggen amateuristisch, maar bood hem de mogelijkheid om bij bekende figuren in het drugsmilieu aan tafel te komen en zichzelf als strafpleiter te profileren.
Geweigerd akkoord en nieuwe rechtszitting
Nog voor het proces begon, onderhandelde Van Laer een zogenaamd VES-akkoord met het openbaar ministerie, waarbij hij schuld erkende in ruil voor een beperkte werkstraf en boete. De correctionele rechtbank van Antwerpen weigerde dit akkoord echter te bekrachtigen. Volgens de rechtbank had Van Laer een zeer gedetailleerde werkwijze voorgesteld voor het witwassen van drugsgeld, wat verder ging dan loze praat. De straf werd niet in verhouding geacht tot de ernst van de feiten. Een aangetekend beroep werd eind vorig jaar onontvankelijk verklaard.
Daardoor moest Van Laer alsnog voor de rechtbank verschijnen. Het parket vorderde een zwaardere straf dan het eerder onderhandelde akkoord, maar bleef van oordeel dat een gevangenisstraf niet aangewezen is, mede omdat Van Laer zijn verslavingsproblematiek heeft aangepakt. De verdediging pleitte voor vrijspraak, omdat er geen materiële daden zouden zijn gesteld waaruit een begin van uitvoering blijkt. Van Laer gaf zelf aan op professioneel vlak zwaar getroffen te zijn. Er loopt bovendien nog een afzonderlijk witwasonderzoek tegen hem.
Op 29 juni doet de rechtbank uitspraak.







